Bij de kapper

Het moest er toch eens van komen. In Nederland was er door de verhuisdrukte geen tijd meer voor. Maar er ontstond een aardig Haags matje in mijn nek. En tja, je moet je nieuwe talenkennis toch ergens oefenen, niet? Nou dan, geen angst, hup, naar de kapper. Woordenboek eerst nog even opengeslagen, voor je het weet zeg je ‘alles eraf? Ja, prima’. Cortar is knippen, calvo is kaal. Niet vergeten, bij iedere notie van ‘calvo’: heftig ontkennen. Anderzijds, niemand die het hier natuurlijk opmerkt.

Na ja, hoe dan ook, we gaan. Een echte herenkapper om de hoek. Met een oude heer als kapper, zelf een woeste haardos. Dat schept vertrouwen, beter dan die lui in het stadscentrum. Die knippen met een pet op. Inmiddels over de drempel, en de kapper kijkt me vragend aan, terwijl vlak achter mij opeens ook een andere klant opduikt. Die vindt in rap maar amicaal Spaans dat ik eerst moet, ik was immers eerst en bovenal, dan kan hij tenminste rustig de krant lezen (velen hebben hier geen abonnement – de krant lees je in de kroeg, of bij de kapper dus). Cortar dus maar, cuatro centímetros. ¿Patillas (bakkebaarden) no cambia? En zowaar, de kapper gaat aan de slag. Zwijgend weliswaar, want het knippen is hier een serieuze aangelegenheid: circa 25 minuten is hij bezig met knippen, opscheren, borstelen, scheren, ja zelfs wordt er uitgebreid geföhnd. En dat alles voor een tientje. ¡Viva España!