Ganadero te Matadero

 

En zo stonden wij, in de zon op een cultureel Madrileens plein een broodje hamburger van onze nieuwe vriend de boer te eten.

Hoe dat kwam? Zoals de Telegraaf elke dag een dier op de voorpagina probeert te hebben, zo lazen wij onlangs ook dierennieuws in El Pais, de grote Spaanse kwaliteitskrant. Kwalijk dierennieuws, welteverstaan. Het draait allemaal om de gier. Het gaat goed met de gier. En het gaat daarom meteen wat minder goed met wat andere dieren. Waaronder de koe. Want de gier lust af en toe wel een kalfje, zeker als de gier honger heeft. En de gier heeft vaak honger, want er zijn veel gieren en de veehouders mogen hun dode dieren niet meer in het veld laten liggen als aas.

De gier was altijd de bondgenoot van de boer. Van een klif gelazerd geitje tot een smakelijke koeienplacenta, de gier lustte er wel pap van. En de boer zat meteen niet met allerlei geboorteafval in zijn veld. Want wie wil er nu op zijn vrije zaterdag allerlei placentas in een kruiwagen scheppen? Maar nu is de relatie dus bekoeld. Geen aas meer, en dus gaat de gier zo nu en dan op zoek gaat naar vers bloed: de kalfjes van de boer. Voor wie er meer over wil weten: hier is het artikel te lezen dat Maartje erover schreef in de Volkskrant, met een foto van mij erbij.

Zo maakten we kennis met een sympathieke Spaanse boer. Jorge is een jaar of 50, bourgondische uitstraling en qua uiterlijk een veeboer die zichtbaar gelooft in zijn eigen product. Hij wil ons de plaats delict laten zien. “Ganadero te Matadero” verder lezen

Een van hen. Op zoek naar El País.

Het is verbazingwekkend hoe snel een mens, waar ook ter wereld, in routine vervalt. Het is een gewoonte om je ergens thuis te kunnen voelen, denk ik.

Onze dagelijkse routine gaat zo. Mogelijk eerst even geld halen of pinnen bij onze bank (met onze eigen bankmedewerker), dan een krantje kopen bij de kiosk, en vervolgens eindigt het ommetje met het kopen van een brood.

Zo ook vandaag. Vandaag is El País, de grote Spaanse kwaliteitskrant, jarig. Ik wist het aanvankelijk niet. 40 jaar bestaan ze. Opgericht dus in 1976, één jaar na de dood van Franco, en dat is natuurlijk geen toeval. In de jaren van de prille democratie zou El Pais al snel uitgroeien tot een van de grote Europese kranten, hoewel de krant ook in Zuid-Amerika veel gelezen wordt vanwege het grote aanbod aan nieuws over dat continent.

Vanwege het jubileum is er zodoende een speciale editie. Of beter gezegd, die schijnt er te zijn, want op het moment dat ik naar de kiosk loop, zijn alle exemplaren van El País uitverkocht. Een ander schreeuwerig meisje naast me die om de krant roept vangt ook al bot. ‘Helaas, El País is uitverkocht’, zegt Alicia, de tengere maar toch stoere kioskhoudster.

Alicia in haar kiosk
Alicia in haar kiosk

Met haar ca. 55 jaar staat ze dag in, dag uit -meestal goedlachs- achter haar donkere toonbank . ‘Jammer’, zeg ik, ‘hoe komt het?’ Alicia legt uit dat iedereen nu de speciale editie wil hebben, en er een run is ontstaan op de krant. Het meisje naast me knikt en druipt af. Ik rommel nog wat, en zoek naar een andere krant. La Razon dan maar, hoewel dat toch wel echt een conservatievere krant is? Of gewoon maar op zoek naar een andere kiosk?

‘Als je nu eens gewoon even wacht’, merkt Alicia terloops op, terwijl ze staart naar het weglopende meisje. Ik snap er niks van en rommel even door. ‘Dat is dan één euro vijftig’, zegt Alicia. Ik kijk op. Niemand verder te zien. Ze heeft het tegen mij. Ik leg het op de toonbank, en hop, van onder de toonbank verschijnt opeens de jubileumeditie van El País. De oude voorpagina van uit 1976, de krant zelf en een dik boek vol met interviews. ‘Ha’, sneert Alicia, ‘al die mensen die nooit een krant kopen. En heb je een jubilieumeditie, dan staan ze opeens vooraan om zo’n exemplaar snel op de kop te tikken! Met als gevolg dat al mijn vaste klanten zeker geen krant meer kunnen kopen? Mij niet gezien!’ Ik grijns, tevreden met mijn vangst, maar misschien nog wel meer met het idee dat ik één van hen ben. Eén van ‘de vaste klanten’.

IMG_0054
Jubileumeditie van El País. Links de voorpagina van de eerste krant, midden de huidige versie, en rechts het boek met interviews.

 

 

Parque del Buen Retiro, een dagelijks fietstochtje.

Op nog geen 500 meter van ons huis bevindt zich het mooiste park van de stad, het Parque del Buen Retiro, oftewel Retiro-park. Een fascinerende plek die doet denken aan de Parijse Tuilerieën: een bijna oneindige aaneenschakeling van paleisrestanten, fonteinen, lanen, en andere ingerichte kleinere parkgedeelten. Je kunt er sporten, naar de bibliotheek, flaneren, skaten, je geliefde voortroeien, bijbeunen met je muziekinstrument, wandelen, verdwalen, stiekem zoenen, wandelaars oplichten. Kortom, alles wat een zonnige zondagmiddag zo aangenaam maakt!

Ik rijd er elke dag door, mits ik les en geen lekke band heb (men lijkt wekelijks glas in mijn straat te strooien), want aan de andere kant van het park ligt mijn taalschooltje. Hoewel de beeld- en geluidskwaliteit dramatisch is op de fiets toch een video van deze dagelijkse trip.

Een bijna verloren wereld. Op bezoek bij de allerheiligste drie-eenheid

Ik schrijf dit op de brits in een sober kloosterkamertje met een paar Jezus-schilderijen boven mijn hoofd. Want voorwaar, we slapen vannacht in het heilige Convento de las Trinitarias in El Toboso, een klein dorp met een krappe 2000 inwoners op de grens van Toledo en La Mancha.

Aanvankelijk leek het dicht. Grote stenen muren, her en der zware eikenhouten poorten met diep ingeslagen gitzwarte nagels, zo dicht dat je er met een middelgrote stormram nog niet doorheen zou komen. Dus we waren hier voor niets naartoe gekomen, ondanks dat Maartje nog een paar keer gemaild (!) had met één van de zusters.

Uiteindelijk ging na een telefoontje de zware poort toch open en stond daar zowaar een non op ons te wachten. Heel vrolijk en nieuwsgierig, en dat was niet voor niets, want binnen deze orde van de trinitariërs mag men (tenzij voor doktersbezoek) het klooster niet uit. Dus de komst van buitenstaanders wordt hier hartelijk begroet als een nieuwe stroom van informatie. Desondanks wist Moeder Overste, met wie we (weliswaar achter tralies) een lang gesprek hadden, niet te breken met de zeer Spaanse gewoonte om meer te praten dan te luisteren of te vragen.

“Een bijna verloren wereld. Op bezoek bij de allerheiligste drie-eenheid” verder lezen

Terug naar school

Met een broodtrommel in de rugzak op de fiets naar school. Nadat ik als 18-jarige mijn VWO-diploma gehaald had, en het echte leven zou gaan beginnen, dacht ik dat de kleffe broodjes jam in een muf bakje voorgoed achter me zouden liggen. Nooit verwacht dat ik jaren later hier door het Madrileense Parque del Retiro elke dag op dezelfde manier naar mijn talenklasje zou rijden. En al even snel weer een hekel zou krijgen aan de eentonige smakeloosheid van aardbeienjam.

Mijn talenschool ligt in Salamanca, de wat duurdere wijk ten noorden van het Retiro-park. Door de smalle straten, met de allure van Parijs, lopen zakenmannen strak in pak en vrouwen met dikke jassen waar vaak nog een reepje bont op te bespeuren valt. Andere keren is het pluizige gedeelte één of ander minuscuul keffertje dat wordt opgetild om te voorkomen dat het iele beest onder de voet wordt gelopen door andere weggebruikers of tussen de spaken van mijn niets ontziende racefiets komt.

“Terug naar school” verder lezen

Bij de kapper

Het moest er toch eens van komen. In Nederland was er door de verhuisdrukte geen tijd meer voor. Maar er ontstond een aardig Haags matje in mijn nek. En tja, je moet je nieuwe talenkennis toch ergens oefenen, niet? Nou dan, geen angst, hup, naar de kapper. Woordenboek eerst nog even opengeslagen, voor je het weet zeg je ‘alles eraf? Ja, prima’. Cortar is knippen, calvo is kaal. Niet vergeten, bij iedere notie van ‘calvo’: heftig ontkennen. Anderzijds, niemand die het hier natuurlijk opmerkt.

Na ja, hoe dan ook, we gaan. Een echte herenkapper om de hoek. Met een oude heer als kapper, zelf een woeste haardos. Dat schept vertrouwen, beter dan die lui in het stadscentrum. Die knippen met een pet op. Inmiddels over de drempel, en de kapper kijkt me vragend aan, terwijl vlak achter mij opeens ook een andere klant opduikt. Die vindt in rap maar amicaal Spaans dat ik eerst moet, ik was immers eerst en bovenal, dan kan hij tenminste rustig de krant lezen (velen hebben hier geen abonnement – de krant lees je in de kroeg, of bij de kapper dus). Cortar dus maar, cuatro centímetros. ¿Patillas (bakkebaarden) no cambia? En zowaar, de kapper gaat aan de slag. Zwijgend weliswaar, want het knippen is hier een serieuze aangelegenheid: circa 25 minuten is hij bezig met knippen, opscheren, borstelen, scheren, ja zelfs wordt er uitgebreid geföhnd. En dat alles voor een tientje. ¡Viva España!