Sneeuwschoenwandelen

Koud. Afzien. Verschrikkelijk zwoegen. Dat was een beetje wat ik verwacht had toen Maartje mij vertelde dat we gingen ‘sneeuwschoenwandelen’ (lees: 850 meter klimmen op 2000 meter hoogte door een dikke laag sneeuw). Bovendien dacht ik dat we half Spanje door moesten om bij deze sneeuw te komen.

“Sneeuwschoenwandelen” verder lezen

Op zoek naar een man? Bezoek Antonio

Er zijn van die plekken waarvan je in je naïviteit gelooft dat jij de enige van alle buitenlanders bent die ze kent.

Zo ken ik een klein kapelletje, een beetje buiten het centrum van Madrid. Prachtige fresco’s prijken op het plafond. Vroeg of laat, in winter of zomer, er is vrijwel nooit iemand. Ik tuurde eens met mijn rug op een bankje een half uur naar boven – niemand die je stoort.

“Op zoek naar een man? Bezoek Antonio” verder lezen

De broedertwist

‘Ik sprak eens een Nederlander in Amsterdam in het Duits aan, omdat mijn Duits heel goed is, en ik me zo beter verstaanbaar kon maken, maar iets in zijn blik zei me dat dit niet zo’n goed idee was’. Onze Portugese hotelmedewerker João grinnikt terwijl we het hebben over de relatie tussen de Portugezen en de Spanjaarden, waarmee hij maar even zijn punt gemaakt wil hebben: beter niet zomaar Spaans spreken tegen Portugezen. Want de Spanjaarden, dat zijn natuurlijk echt andere mensen.

“De broedertwist” verder lezen

De zorgzame kerk

De wachtrijen vol met dieren en hun bazen waren van tevoren al aangekondigd maar toch is het een idioot schouwspel. In een lange stoet staan de beesten opgesteld, en zoals dat met beesten gaat die elkaar tegenkomen, is het een geblaf, getier, vooral veel gesnuffel op plekken waar het niet perse lekker ruikt. En waar staat men op te wachten? Dat is vooralsnog zelfs niet te zien, zoveel mensen staan achter elkaar. De politie heeft de straten afgezet, en staart naar de menigte.

“De zorgzame kerk” verder lezen

Javi.

Er staat een jam in de kast met op het etiket ´Canigó´.

Dat is geen vrucht, weet ik toevallig.

Ik heb de Canigó niet beklommen. Juul en ik hebben hem geschampt tijdens onze trektocht door de Pyreneeën. Wij leerden hem toen kennen als Canigou, op z´n Frans. Over de top durfden we destijds niet, te steil, je moest je handen gebruiken. We maakten een eerbiedige omtrekkende beweging.

“Javi.” verder lezen

De drie koningen in town

Alicia, mijn sympathieke kioskhoudster, meldde gisteren dat ze vandaag geen kranten verkoopt. Ze probeert elke ochtend een praatje met me te maken. Meestal over het weer, dit keer over drie verschijningen die elke Spanjaard weer een vrije dag bezorgen: de Reyes Magos. Drie koningen (reyes) dus, die hier een soort van spannend zelfstandig naamwoord extra krijgen: tovenaars (magos) zijn het ook!

“De drie koningen in town” verder lezen