Politiek

Op deze pagina vind je enkele artikelen en blogs over de Spaanse politiek. Op deze site heb ik de volgende reportages gepubliceerd.

-Een reportage over de Spaanse machtsovername van Pedro Sánchez in 2018

-Een reportage over de feministische demonstratie in maart 2018

-Een reportage over de ‘patriotistische’ demonstranten op 30 2017

-Een reportage over de Spaanse verkiezingen van 2016

Onderstaande artikelen zijn eerder gepubliceerde analyses op de website van de Partij van de Arbeid:

Honderd dagen sociaaldemocratisch beleid in Spanje: een ruk naar links?

De sociaaldemocratie zit Europees gezien in het defensief. Behalve op het Iberisch schiereiland, met Spanje als Europees zwaargewicht. Reden om in te zoomen op de prestaties van het kabinet van de sociaaldemocratische PSOE, dat er inmiddels ruim honderd dagen op heeft zitten.

PSOE-regering: ruim 100 dagen aan de macht

Pedro Sánchez is sinds juni dit jaar aan de macht. Hij volgde het rechts-conservatieve kabinet van Partido Popular (PP) premier Mariano Rajoy op, dat vanwege de gefragmenteerde verkiezingsuitslag van 2016 slechts werd gedoogd en door corruptieschandalen ten val kwam. Dit betekent niet dat Sánchez steviger zit: hij kreeg een meerderheid in het parlement achter zijn alternatieve regering, maar was hierbij afhankelijk van zowel het linksradicale Podemos, als allerlei regionale partijen (waaronder de Catalanen, die nog steeds een appeltje met Madrid hebben te schillen). Hoewel de linkse gedoger Podemos hoopte op ministers, bestaat het kabinet louter uit de PSOE. Sánchez baarde opzien en dwong ook respect af door een kabinet samen te stellen waarin veel vakmensen en bovenal veel vrouwen plaats namen.

Aanvankelijk was de boodschap dat de PSOE relatief kort zou regeren ‘om de democratie te herstellen en het land te zuiveren van corruptie’, maar al snel bleek dat Sánchez geen eindtermijn wilde noemen. De strategie is om zo lang mogelijk te zitten, en hiermee te laten zien dat een linkse regering ook (economische) stabiliteit kan brengen en een alternatief voor de PP dus mogelijk is. Veel zal afhangen van in hoeverre de PSOE een eigen begroting door het parlement kan krijgen. Hiervoor zal weer steun van de gelegenheidscoalitie nodig zijn. Momenteel werkt de regering nog met de in mei 2018 onder leiding van de PP afgesproken begroting. Anderzijds heeft de PP laten zien dat je in Spanje zelfs zonder begroting nog een tijd kunt blijven zitten.

Speerpunten en actuele thema’s

De PSOE probeert ondanks haar fragiele electorale basis toch een ronduit linkse agenda door te voeren. De belangrijkste speerpunten zijn:

  • De inzet op een sociale agenda onder de noemer ‘sociale rechtvaardigheid’, met o.a. bestrijding armoede onder kinderen, uitkeringen voor langdurig werklozen. Bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Verhoging van lonen, betere arbeidsrechten, en een sterke onderwijsagenda.
  • Nieuwe omgang met de Spaanse Burgeroorlog. De PSOE wil hiertoe de grafkist van Franco uit de Valle de los Caídos (vallei der gevallenen, groot oorlogsgraf en tevens nationalistisch symbool) halen. Dit roept een sterke reactie van rechts Spanje op. Niettemin hebben de PP en Ciudadanos zich onthouden tijdens de stemming, waardoor er nu wel parlementaire goedkeuring is. Aangezien de familie Franco en de abdij die het graf beheert moeilijk doen, sleept de kwestie al maanden voort, waarbij de PSOE haar linkse waarden goed kan etaleren.
  • Het terugdraaien van bezuinigingen op het onderwijs die ingezet waren door de PP.
  • De algemene publieke uitvoering en toegankelijkheid van de zorg. Ook hier draait men eerdere maatregelen van de PP terug.
  • Het feminisme. In maart 2018 bleek de feministische beweging zeer sterk gegroeid te zijn, ook door enkele merkwaardige gerechtelijke uitspraken in verkrachtingszaken. De PSOE probeert deze nieuwe en vitale beweging aan zich te binden door gendergelijkheid te prioriteren.

Dit betekent echter niet dat de PSOE alle maatschappelijke thema’s in haar beleid adresseert. Belangrijke thema’s waarop nog een antwoord moet komen zijn bijvoorbeeld:

  • De flexibilisering van de arbeidsmarkt en de grote kloof tussen vast en flex. Jongeren zijn of werkloos, of verdienen (als ze ‘geluk’ hebben) €1000 per maand in zeer kortdurende contracten (de zogenaamde mileuristas). Linkse jongeren stemmen bovengemiddeld Podemos in plaats van PSOE. De PSOE zegt ‘fraude’ in de bedrijven aan te willen pakken, waaronder ook overtredingen van de arbeidswetten.
  • De Catalaanse afscheiding. De PSOE wil hierbij inzetten op een ‘dialoog’ en ‘het overbruggen van tegenstellingen, zowel tussen Spanje en Catalonië als binnen de Catalaanse samenleving’.[i] Er zijn weer ontmoetingen met de Catalaanse regiopremier. De vraag is echter of de PSOE de ruimte krijgt voor haar dialoogagenda. De verwachting is dat dit najaar de kwestie weer gaat opspelen. In Spanje leeft zowel onder links als rechts een grote antipathie jegens het Catalaanse separatisme. Ciudadanos, dat een nog hardere politiek bepleitte dan de PP, dankt hier haar hoge stand in de peilingen aan. Het zal voor de PSOE niet makkelijk zijn een middenweg te bewandelen: veel Spanjaarden willen juist de harde lijn, terwijl dit natuurlijk het conflict tussen beide zijden verergert. Toegeven aan de Catalaanse eisen is dus electoraal gevaarlijk. De PSOE is echter voor haar meerderheid in het parlement afhankelijk van Catalaanse partijen. Voor hen is met name van belang dat alle gevangen politici en leiders van de demonstraties van het najaar 2017 vrij komen.

Problemen en schandalen

Ondanks de frisse start van de PSOE, is de nieuwe regering ook al direct in lastig vaarwater geraakt. Op 11 september moest onverwachts de PSOE-minister van Volksgezondheid aftreden, vanwege gemanipuleerde studieresultaten. Dit staat voor iets groters: Spanje heeft er in dit voorjaar een langslepend schandaal opzitten met PP-kopstuk Cifuentes, die haar master vervalst had. Ook PP-leider Casado wordt hiervan verdacht. Het raakt echter premier Pedro Sánchez ook, aangezien er twijfels zijn over zijn proefschrift: er zouden delen geplagieerd zijn. Media hebben het uitgezocht, en er lijken inderdaad stukken onregelmatig overgenomen te zijn in een boek. Er zijn geruchten dat hij het niet zelf heeft geschreven, maar geholpen is door ambtenaren van het ministerie van Industrie. Hoewel Sánchez dit wel lijkt te gaan overleven[ii], meet de rechtse pers de kwestie breeduit, en zal dit aan hem blijven plakken.

Belangrijker en eveneens problematisch is of de PSOE een begroting kan doorvoeren. Deze discussie speelt elk jaar in november. Een paar weken geleden heeft de PSOE-gelegenheidscoalitie een soort parlementaire truc uitgehaald, door per verrassing een voorstel aan te nemen dat de senaat geen veto over de begroting kan uitspreken. In de senaat heeft de PP de meerderheid. Hierdoor neemt de kans toe dat er een begroting aangenomen kan worden, mits de PSOE tot een akkoord kan komen met zijn coalitie. Met Podemos zijn er al afspraken over een politieke agenda. Echter, de vraag is wat de regiopartijen als de Catalanen gaan eisen. De truc is geen gelopen race, en voedt tevens de kritiek van rechtse stemmers dat dit een illegaal kabinet is, dat niet via verkiezingen aan de macht is gekomen en dit soort trucs moet uithalen om te kunnen regeren.

Toekomst voor de PSOE

Er komen hoe dan ook redelijk snel verkiezingen aan: hetzij als de PSOE de termijn tot 2020 afmaakt, hetzij als ze eerder verkiezingen uitschrijft zodra er geen begroting is. Voor de PSOE is het belangrijk om de grootste op links te blijven. Hiertoe zal ze meer jongeren/linkse stemmers moeten aanspreken om Podemos de wind uit de zeilen te nemen. De PSOE is hiervan bewust met slogans als ‘Somos la izquierda’ (Wíj zijn het links [en niet Podemos – TvL]) en ‘La Izquierda que gobierna’ (Het links dat regeert – de PSOE als enige kans op een linkse regering).[iii] Er blijft wantrouwen op links ten aanzien van de PSOE vanwege de crisishervormingen tijdens Zapatero. De PSOE leidt sinds ze regeren echter voor het eerst in jaren in de peilingen[iv]. Sánchez zit intern stevig, wat ook wel eens anders is geweest. Podemos heeft een interne strijd achter de rug en verloor daardoor veel van haar vernieuwende energie. De Partido Popular heeft net met Pablo Casado een zeer conservatieve leider gekozen, die bovendien al direct in een schandaal rond zijn mastertitel is verwikkeld. Dus zelfs als er zeer snel verkiezingen komen, dan staat de PSOE, met haar uitgebreide programma, er ten opzichte van haar tegenstanders goed voor. Ciudadanos is echter wel een geduchte tegenstander: vernieuwend, modern, maar wel rechts. Spanje is overwegend een linksstemmend land. Als de PSOE zowel op links dominant is, als dat ze toch niet te ver uit het centrum blijft, dan kan Sánchez wellicht afstevenen op een sociaaldemocratische regering die wél rust op een electorale zege. En dat zou de Europese sociaaldemocratie ook weer wat hoop geven.

Dit artikel verscheen eerder op 25 oktober 2018 op de (internationale) website van de PvdA

Sociaaldemocraten aan de macht in Spanje

Op 1 juni tekende zich een meerderheid in het Spaanse parlement af voor een motie van wantrouwen tegen de Spaanse rechts-conservatieve regering van Mariano Rajoy. Zijn tegenkandidaat, Pedro Sánchez van de sociaaldemocratische PSOE, kan direct als nieuwe premier aan de slag.

De laatste dagen was het erop of eronder voor de sociaaldemocraten. Sánchez kondigde op 25 mei aan met een motie van wantrouwen te komen, maar wist nog niet of hij hier voldoende steun voor had.

Het grote onderhandelingsspel was begonnen met de veroordeling van enkele kopstukken van de rechts-conservatieve regeringspartij Partido Popular (PP) in de zaak-Gürtel wegens corruptie. Aangezien de regering al langer steunt op een minderheid en slechts gedoogd werd, was dit het sein voor de sociaaldemocratische PSOE om met een motie van wantrouwen te komen. In een speech riep leider Pedro Sánchez vrijdag 25 mei op de democratie te herstellen en vrij te maken corruptie.

Daarbij voegde Sánchez dat hij zelf de nieuwe regeringsleider wil worden, een tijdlang socialistische politiek wil voeren om vervolgens nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Sánchez is vaag gebleven over de datum van die verkiezingen, wat hem op kritiek is komen te staan, en de steun voor deze nieuwe eventuele regering direct verzwakte.

Dit merkwaardige pakket is het gevolg van de Spaans grondwet: er kan niet zomaar een regering uit het ambt gezet worden als een parlementaire meerderheid een motie van wantrouwen steunt. Spanje kent een ‘positieve motie van wantrouwen’, waarbij er een meerderheid moet zijn voor een nieuwe regeringsploeg, die nieuw beleid gaat voeren.

Dit zorgde voor een extra probleem. Sánchez had op zich het moment goed gekozen: zijn links-radicale rivalen bij Podemos hebben net onder vuur gelegen omdat Podemos-voorman Pablo Iglesias bij zijn linkse achterban in opspraak raakte vanwege het aanschaffen van een datsja in het Madrileens buitengebied. Podemos wilde de rechtse regering hoe dan ook weg hebben, en gaf haar steun al snel aan de motie van de PSOE.

De andere grote partij, het rechts-liberale Ciudadanos, heeft de strijd tegen corruptie als speerpunt en kon de PP moeilijk in het zadel houden. Bovendien staat ze al een tijdje in de peilingen boven haar rechtse concurrent PP, en had dus ook veel te winnen. Alle reden voor een gezamenlijke motie van wantrouwen, zou je dus zeggen. Het probleem is dat Ciudadanos dan akkoord moest gaan met een sociaaldemocratische regering onder Pedro Sánchez, iets wat ze slechter uit kwam dan simpelweg nieuwe verkiezingen. Vandaar dat Ciudadanos alleen iets zag in een nieuwe regering met slechts één programmapunt: het uitschrijven van nieuwe verkiezingen onder een regeringsleider zonder politieke ambities. Daar paste de PSOE voor en ging op zoek naar andere partners.

Die werden gevonden in allerlei kleine Catalaanse en Baskische fracties. Maar daar zat direct een belemmering. De Catalaanse fracties willen hun steun het liefste verbinden aan eisen rondom de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd en de daarvoor in de cel zittende Catalaanse leiders. De PSOE heeft de onafhankelijkheidsstrijd van de Catalanen niet gesteund en wil nu niet opzichtig naar hun steun hengelen, te meer omdat dit bij grote delen van het Spaanse electoraat zeer slecht valt. Onduidelijk is of er nu grote toezeggingen zijn gedaan aan de Catalanen.

Verder waren er voor de zo gewenste meerderheid nog parlementariërs over uit Baskenland. Deze gedoogden de PP-regering en hadden de laatste tijd juist grote toezeggingen binnengehaald. Maar op donderdagmiddag gingen ze om nadat Sánchez aangaf deze toezeggingen in stand te houden, en steunden ze alsnog de motie van wantrouwen. Voor premier Rajoy het signaal om vanaf toen maar weg te blijven uit het parlement. Op zijn lege stoel stond enkel een tas, waarover al snel veel grappen de ronde deden over wie nu werkelijk Spanje regeert.

Vrijdag 1 juni was de daadwerkelijke stemming, en bleek dat Pedro Sánchez zijn meerderheid achter zich heeft gekregen. Hij kan nu een nieuwe ministersploeg samen stellen, die direct aan het werk kan. Niet alleen heeft de PSOE nieuw sociaal beleid, het ‘herstellen van de democratie’ en spoedige verkiezingen beloofd, ook hangen de donkere wolken van Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd al direct boven Sánchez’ hoofd. Podemos eist nu dat ze ook deel van deze regering uit mag maken.

Voor de PSOE en Sánchez dus een kans en een risico: als hij als premier weet te overtuigen, dan kan de PSOE zowel weer de dominante partij op links worden, als dat ze centrumkiezers van het populaire Ciudadanos kunnen losweken. Het kan dan een linkse Spaanse wederopstanding worden. Als Sánchez zijn bonte stoet aan partijen niet op één lijn weet te krijgen, niet duidelijk het linkse verschil kan laten zien ten opzichte van de vorige PP-regering, of verstrikt raakt in een Catalaans debacle, dan kan zijn premierschap echter evengoed van korte duur blijken te zijn.

Dit artikel verscheen eerder op 1 juni 2018 de (internationale) website van de PvdA

Spaanse sociaaldemocraten kiezen met Pedro Sánchez voor een linksere en aanvallende koers

Relatief onverwacht won Pedro Sánchez op 21 mei de strijd om het leiderschap van de Spaanse sociaaldemocratische partij PSOE. De Madrileen vergaarde maar liefst 74.223 stemmen, waardoor hij de meerderheid van de PSOE-leden (50,2%) achter zich weet. Susana Díaz, de kandidaat van het establishment, behaalde 59.041 stemmen (39,9%) , terwijl de Bask Patxi Lopez bleef steken op 14.571 stemmen (9,9%).

Felle richtingenstrijd in een harde campagne

Deze leiderschapsverkiezingen deden ertoe, en zullen voor Spaanse linkse politiek voor de komende jaren bepalend zijn. Het grootste campagnethema was het al dan niet gedogen van de huidige rechtsconservatieve Partido Popular-regering onder premier Mariano Rajoy, de klassieke aartsvijand van de PSOE. Sanchez, fel tegenstander van gedogen, werd in oktober vorig jaar van zijn post als partijleider ontheven om een gedoogcontructie mogelijk te maken. Dit om een derde, door vele Spanjaarden verfoeide verkiezingsronde te voorkomen. Sanchez legde zich hier niet bij neer en stelde zich opnieuw kandidaat. Hij nam het met name op tegen de Andalusische kandidate Susana Díaz: gematigder, vóór de gedoogconstructie en bovendien favoriet van oud-partijleiders als Felipe González en José Luiz Rodríguez Zapatero. Patxi López presenteerde zich als verzoener tussen beide vleugels.

De campagne werd steeds feller, waarbij beide partijen elkaar met modder besmeurden. Vanuit de partij werd opgeroepen om de toon te matigen. Niettemin heeft de strijd zijn sporen nagelaten. In haar toespraak na de uitslag kon Diaz de combinatie van de naam Sánchez en felicitaties niet over haar lippen krijgen en bleef steken op ‘de nu gekozen secretaris-generaal’. López riep wel op om alle neuzen in dezelfde richting te steken en met vereende krachten te werken aan een sterke sociaaldemocratische partij. Het is nu aan Sánchez om de kapotte PSOE weer te helen.

Contrast met verwachtingen

Dat Sánchez aan het langste eind trok was in die zin opvallend dat veel analisten juist een overwinning voor Díaz hadden voorspeld, en dat bovendien Díaz meer steunbetuigingen verkreeg tijdens de toelating tot de primaries. Hoewel een klein aantal steunbetuigingen al voldoende is om toegelaten te worden tot de eindstrijd, werden de betuigingen gezien als een eerste krachtmeting die de dynamiek van de strijd zou gaan bepalen. Díaz kreeg met haar 57.000 betuigingen 6.000 leden  meer dan Sánchez op de been. Merkwaardig genoeg blijkt nu dat velen (ongeveer 2.000 in haar thuisbasis Andalusië en 6.000 in het totaal) die met naam en toenaam steun aan Díaz hebben betuigd, bij de anonieme stemming van 21 mei toch een ander vakje hebben ingekleurd. Dit kan duiden op zowel opportunisme als angst om binnen de hiërarchische partijkaders afgeserveerd te worden bij een stem op Sánchez, die juist in 2016 door het establishment (het ‘federaal comité’) naar huis werd gestuurd. Deze laatste beslissing wordt nu dus resoluut door de leden gecorrigeerd.

Nieuwe koers

Sánchez riep op om de PSOE grondig te gaan vernieuwen: een ‘kilómetro zero’, een nieuw startpunt. Hij wil meer grassrootspolitiek bedrijven, en stelt partijstructuren aan te willen passen. Niet alleen vindt Sánchez het de opdracht voor de PSOE om de levens van de Spanjaarden drastisch te gaan verbeteren, ook haalde hij direct uit naar de PP, zeggende ‘dat het land de corruptie van de Partido Popular meer dan zat is’. Het is een voorproefje voor een veel fellere oppositie tegen premier Rajoy en het einde van de gedoogpolitiek van de PSOE. Dit kan Rajoy grote problemen opleveren, omdat zijn regering nu steunt op een meerderheid van slechts één zetel. Zijn regering wordt, naast de grote PP en Ciudadanos, nu in het zadel gehouden door een palet aan regionale partijtjes (de Basken, de parlementariër van de Canarische Eilanden) waarbij één absentie of dissident de begroting kan torpederen, wat tot het aftreden van Rajoy zou kunnen leiden. De komende maanden wordt het dus spannend of Rajoy deze bonte stoet van partijen in zijn kamp kan houden, zonder allerlei buitenissige eisen te moeten slikken. Bovendien dient het volgende probleem van een nieuwe stap in de Catalaanse onafhankelijkheid zich alweer aan.

De nieuwe PSOE-leider Sánchez legde tevens een ander accentverschil: ‘de PSOE moet weer de enige partij op links worden.’ Momenteel heeft de PSOE veel te lijden van de concurrentie van de protestpartij Podemos (‘Wij kunnen’). Veel oud-PSOE-aanhangers zijn de afgelopen jaren overgestapt, waardoor de PSOE in sommige peilingen zelfs lager scoort dan Podemos. Hierdoor is het electoraat gesplitst, en blijft links steken in de oppositie. Dat is merkwaardig omdat de Spaanse bevolking zich over het algemeen vaker links dan rechts indeelt, en links dus een meerderheid zou moeten hebben.

Door linksere politiek te bedrijven kan Sanchez de vlucht naar Podemos stoppen. Bovendien heeft hij eerder geprobeerd een samenwerking op te zetten met Podemos: een absolute voorwaarde voor een toekomstige linkse regering. De eerste signalen hiervoor zijn hoopvol: Podemos-leider Pablo Iglesias en Sánchez hebben na een telefonische vergadering gezamenlijk geconcludeerd dat de huidige Rajoy-regering wegens corruptie onhoudbaar is en zo snel mogelijk weg moet. Podemos trekt haar motie van wantrouwen tijdelijk in, zodat de PSOE (wegens grondwettelijke redenen) eveneens een motie van wantrouwen kan indienen. Tegelijkertijd blijft het balanceren: zodra de PSOE teveel naar links opschuift, kunnen de grote middencohorten in Spanje voor het centrumliberale Ciudadanos gaan kiezen.

Juist deze partij heeft de strijd tegen de corruptie als speerpunt, en kan voor de centrumkiezer aantrekkelijk zijn. Critici waarschuwen nu voor een Britse situatie waarbij het activistische partijkader een linksere leider kiest, wiens politieke ideeën te extreem zouden zijn voor de gemiddelde kiezer.In Spanje vindt een groot deel van het electoraat linkse politiek echter geen vies woord, en met Sánchez krijgt de PSOE in ieder geval een charismatischere leider dan Susana Díaz zou zijn geweest.

Dit artikel verscheen eerder op 23 mei 2017 op de (internationale) website van de PvdA

Campagne om leiderschap bij Spaanse sociaaldemocraten barst los

De komende weken zal blijken welke politicus de Spaanse sociaaldemocratische partij PSOE mag gaan leiden. Drie kopstukken hebben zich kandidaat gesteld: Susana Díaz, Pedro Sánchez en Patxi López. Met name tussen de eerste twee woedt nu een felle strijd. Op de primaries van 21 mei is duidelijk wie de meeste leden achter zich heeft en zich zodoende de nieuwe PSOE-leider mag noemen – die nog bekrachtigd wordt op het 39e partijcongres op 16 tot 18 juni.

In tegenstelling tot de lijsttrekkersverkiezing van de PvdA van 2016 zijn er grote inhoudelijke verschillen tussen de kandidaten, met name tussen Sánchez en Díaz. De inzet is wel (Díaz) of niet (Sánchez en López) samenwerken met huidige premier Rajoy van de rechts-conservatieve Partido Popular (PP).

Onbekende compromissenpolitiek

Bijzonder voor de Spaanse politiek is dat waar vroeger één van de twee grote partijen, de PSOE of de PP een meerderheid haalde, nu het electoraat is versplinterd. Tijdens de economische crisisjaren zijn het links-activistische Podemos (‘Wij kunnen’) en de liberale Ciudadanos (‘Burgers’) ontstaan. De kiezers verdeelden zich goeddeels over deze vier partijen, waardoor binnen de Spaanse politiek zich een nieuw en voor veel Spaanse politici buitengewoon ingewikkeld fenomeen voordoet: het vormen van een coalitie en het samenwerken in de politiek.

Pedro Sánchez was de partijleider die de PSOE eind 2015 tijdens de verkiezingen aanvoerde. Hij probeerde begin 2016 een coalitie te smeden tussen Ciudadanos, Podemos en PSOE. Dit mislukte al snel. Het gevolg was nieuwe verkiezingen, die wederom door de rechtse PP van zittend premier Mariano Rajoy gewonnen werden. De PSOE boekte opnieuw een historisch slecht resultaat.

Maar de PP behaalde ook deze keer geen meerderheid. Aangezien de partij bovendien met vele corruptieschandalen wordt geassocieerd, waren partijen huiverig zich bij een PP-coalitie aan te sluiten, waardoor het risico op een gênante derde verkiezingsronde (die bovendien toevallig op Eerste Kerstdag zou vallen) reëel was.

Dit stelde met name de sociaaldemocratische PSOE voor een probleem. Niet samenwerken met de oude aartsrivaal betekende dat het land opnieuw naar de stembus moest, en dat bovendien er geen nieuwe begroting gepresenteerd kon worden aan Brussel. Wel samenwerken is in de ogen van een deel van de achterban je ziel verkopen aan de vijand. Door de opkomst van Podemos, die de laatste verkiezingen een verbinding hadden met Izquierda Unida (de oud-communisten), is er bovendien het gevaar dat teleurgestelde kiezers die PSOE niet links genoeg meer vinden, overstappen naar dit alternatief.

Sánchez bepleitte de gehele zomer van 2016 de koers om geen akkoord te sluiten met rechts, en ze ook niet te gedogen. In oktober 2016 werd hem dit fataal, want het partijbestuur zette hem af. Sindsdien is er een interim-leider totdat komende juni de nieuwe leider bekend is. De PSOE laveert momenteel tussen gedogen en het voeren van oppositie: de installatie van Rajoy werd gedoogd, maar tijdens de begrotingsbehandeling begin mei 2017 stemde een groot deel van de sociaaldemocraten tegen.

Interne richtingenstrijd en primaries

Sánchez ziet zichzelf als slachtoffer van een coup en wil zich revancheren door zich opnieuw kandidaat te stellen. Hij staat nog dezelfde politieke koers voor als voorheen, en stelt meer aandacht te willen geven aan ‘grassroots-politiek’. Hij gokt erop dat hij nog steeds de grootste steun heeft onder de leden, die straks het laatste woord hebben. Zijn grootste rivale is Susana Díaz. Díaz zwaait al jaren op regionaal niveau de scepter in Andalusië, een traditioneel socialistisch bolwerk. De laatste verkiezingen bleek echter de PSOE ook hier veel stemmen te hebben verloren. Díaz ligt goed bij het partijestablishment, waaronder oud-premier Zapatero. De derde kandidaat is de Bask Patxi López. Hij is parlementsvoorzitter geweest en bekritiseert evenals Sánchez het gedogen van de rechts-conservatieve regering. Hij hoopt op een rol als verbinder tussen de twee elkaar steeds scherper bevechtende vleugels.

De interne verkiezingsstrijd, officieel begonnen op 9 mei, is nu in volle gang. De verschillen worden hierbij goed zichtbaar: wel of niet samenwerken met de PP? Het heeft als voordeel dat er ook werkelijk wat te kiezen valt, maar het nadeel – waar vele partijleden bang voor zijn – is dat het onderling moddergooien tot onherstelbare imagoschade zal leiden. Hoewel Sánchez officieel tot voorzichtigheid opriep, betichtten kopstukken uit zijn achterban Díaz te slap en te meegaand richting rechts te zijn. De campagne van Díaz sloeg terug door te stellen dat Sánchez een verliezer is die tweemaal het laagste verkiezingsresultaat ooit boekte en bovendien de partij nu verdeelt, ‘door tirannenretoriek als ‘wie niet voor mij is, is tegen mij.’’

De komende weken zal de spanning alleen maar toenemen. Een eerste indicatie voor de machtsverhoudingen zijn de steunbetuigingen voor deelname aan de primaries. Hieruit lijkt López voor een zeer moeilijke opdracht te staan. Hij kreeg amper 11.000 steunbetuigingen, tegenover ruim 59.000 steunbetuigingen voor Díaz en ruim 53.000 betuigingen voor Sánchez. De verwachting was aanvankelijk dat het gat tussen Díaz en Sánchez groter zou zijn. De komende weken wordt het dus spannend in de sociaaldemocratische partij van Spanje. Een duidelijk mandaat zou echter welkom zijn: als de wankele regering van Rajoy valt, moet er direct een sterk sociaaldemocratisch alternatief zijn.

Dit artikel verscheen eerder op 9 mei 2017 op de (internationale) website van de PvdA