Ganadero te Matadero

 

En zo stonden wij, in de zon op een cultureel Madrileens plein een broodje hamburger van onze nieuwe vriend de boer te eten.

Hoe dat kwam? Zoals de Telegraaf elke dag een dier op de voorpagina probeert te hebben, zo lazen wij onlangs ook dierennieuws in El Pais, de grote Spaanse kwaliteitskrant. Kwalijk dierennieuws, welteverstaan. Het draait allemaal om de gier. Het gaat goed met de gier. En het gaat daarom meteen wat minder goed met wat andere dieren. Waaronder de koe. Want de gier lust af en toe wel een kalfje, zeker als de gier honger heeft. En de gier heeft vaak honger, want er zijn veel gieren en de veehouders mogen hun dode dieren niet meer in het veld laten liggen als aas.

De gier was altijd de bondgenoot van de boer. Van een klif gelazerd geitje tot een smakelijke koeienplacenta, de gier lustte er wel pap van. En de boer zat meteen niet met allerlei geboorteafval in zijn veld. Want wie wil er nu op zijn vrije zaterdag allerlei placentas in een kruiwagen scheppen? Maar nu is de relatie dus bekoeld. Geen aas meer, en dus gaat de gier zo nu en dan op zoek gaat naar vers bloed: de kalfjes van de boer. Voor wie er meer over wil weten: hier is het artikel te lezen dat Maartje erover schreef in de Volkskrant, met een foto van mij erbij.

Zo maakten we kennis met een sympathieke Spaanse boer. Jorge is een jaar of 50, bourgondische uitstraling en qua uiterlijk een veeboer die zichtbaar gelooft in zijn eigen product. Hij wil ons de plaats delict laten zien. “Ganadero te Matadero” verder lezen

Een bijna verloren wereld. Op bezoek bij de allerheiligste drie-eenheid

Ik schrijf dit op de brits in een sober kloosterkamertje met een paar Jezus-schilderijen boven mijn hoofd. Want voorwaar, we slapen vannacht in het heilige Convento de las Trinitarias in El Toboso, een klein dorp met een krappe 2000 inwoners op de grens van Toledo en La Mancha.

Aanvankelijk leek het dicht. Grote stenen muren, her en der zware eikenhouten poorten met diep ingeslagen gitzwarte nagels, zo dicht dat je er met een middelgrote stormram nog niet doorheen zou komen. Dus we waren hier voor niets naartoe gekomen, ondanks dat Maartje nog een paar keer gemaild (!) had met één van de zusters.

Uiteindelijk ging na een telefoontje de zware poort toch open en stond daar zowaar een non op ons te wachten. Heel vrolijk en nieuwsgierig, en dat was niet voor niets, want binnen deze orde van de trinitariërs mag men (tenzij voor doktersbezoek) het klooster niet uit. Dus de komst van buitenstaanders wordt hier hartelijk begroet als een nieuwe stroom van informatie. Desondanks wist Moeder Overste, met wie we (weliswaar achter tralies) een lang gesprek hadden, niet te breken met de zeer Spaanse gewoonte om meer te praten dan te luisteren of te vragen.

“Een bijna verloren wereld. Op bezoek bij de allerheiligste drie-eenheid” verder lezen