Madrileense obers

Dime’ zegt een serveerster nadat ze is uitgepraat met haar collega. Het betekent zoiets als ‘zeg het maar’ – dat past in Spanje in één woord. Ongeduldig wacht ze hoe ik in mijn onhandige Spaans de bestelling doorgeef. Hoewel ik even heb zitten wachten voordat zij naar mijn tafeltje kwam, lijkt zij degene te zijn die haar tijd verspilt. Ze is weer verdwenen voor ik het door heb. De komende tien minuten wacht ik in onzekerheid af of alles wel goed is doorgekomen. Net op het moment dat ik mijn boek besluit te pakken, verschijnt de warme smeuïge tortilla voor mijn neus. ‘¡Que aproveche!’, klinkt er, terwijl ze alweer doorloopt naar de volgende klant.

“Madrileense obers” verder lezen

Tomatenoorlog

Ik kreeg al vragen of ik niet verzopen was in de tomaten, of ik het tomatenbad wel overleefd had. Tijd voor een blog dus. Tomatenbad, tomatenbad? Waar héb je het over?

Wel, het is mijn meest bizarre ervaring van dit jaar, misschien wel van de afgelopen 5 jaar: met tienduizenden anderen in een steegje in een onooglijk Spaans dorp nabij Valencia een tomatengooioorlog voeren.

“Tomatenoorlog” verder lezen

Javi.

Er staat een jam in de kast met op het etiket ´Canigó´.

Dat is geen vrucht, weet ik toevallig.

Ik heb de Canigó niet beklommen. Juul en ik hebben hem geschampt tijdens onze trektocht door de Pyreneeën. Wij leerden hem toen kennen als Canigou, op z´n Frans. Over de top durfden we destijds niet, te steil, je moest je handen gebruiken. We maakten een eerbiedige omtrekkende beweging.

“Javi.” verder lezen