Barrio de las letras: onze schrijverswijk

Tot mijn schande moest ik constateren dat ik nog nooit geschreven had over mijn eigen buurt, mi barrio. En dat terwijl het barrio-gevoel in Spanje en zeker in Madrid toch heel belangrijk is: elke buurt heeft zijn eigen sfeer en eigen cultuur. ‘Muy barrio’, dat betekent dat iets typisch is voor díe wijk. De buurttrots en -identiteit kunnen in Spanje zelfs bijna patriotische vormen aannemen, waarvoor zowaar een Spaans academisch woord is uitgevonden: barrionalismo.

Elke buurt is misschien een wijk, maar niet elke wijk is een echte buurt, betoogt de Catalaanse antropoloog Manuel Delgado. Daarvoor moet er aan een paar voorwaarden voldaan worden: een collectieve identiteit, herkenbare grenzen, en een echte eigen naam. Dat laatste zit wel snor in mijn wijk: de barrio de las letras, lettelijk de wijk der letteren. De precieze afmetingen zijn minder scherp, vanaf calle Atocha en Paseo del Prado, dat is duidelijk. Maar daarna is niet helemaal duidelijk tot waar mijn wijk loopt. De identiteit verwatert een beetje zodra je richting het stadscentrum (Puerta del) Sol loopt. Tijd dus voor een onderzoek naar mijn eigen wijk.

Toen we hier een wijk moesten uitkiezen, was de keuze enorm. Madrid heeft 3 tot 6 miljoen inwoners (dat hangt af of je de agglomeratie meerekent), en er zijn zodoende nogal wat wijken. Essentieel voor ons was dat de wijk een beetje karakter had (een vage omschrijving, maar je weet wat ik bedoel) en bovendien centraal gelegen lag (we wilden immers wel het idee hebben dat we zouden weten wat er in Madrid speelt).

La Plateria, een goede koffiebar waar mijn bovenbuurman vaste klant is.

Een aantal wijken viel af, maar nog steeds bleven er genoeg over. Het roemruchte Malasaña van de jaren ’80 of de homovriendelijke wijk Chueca? Rijkeluiswijk Salamanca en het burgerlijke Chamberí streepten we snel af. We bezochten een arbeiderswijk bij de stierenvechtarena Las Ventas waar de verwarming 24/7 aan stond en niet uit kon. Het intrigerende Lavapiés (waarover ik onlangs in Columbus een lang artikel schreef) met haar immigranten en anarchisten leek een leuke stapbuurt, maar niet echt de plek om rustig te slapen. En dat gold ook voor een prachtig appartement aan het sympathieke pleintje Dos de Mayo. Dus kozen wij voor een mooie wijk voor wandelaars, vlakbij het Prado, het Retiro-park en het grote station Atocha, de barrio de las letras.

Een instituut in de wijk: taartenbakker Motteau. Niet goedkoop, maar verslavend lekker.

De wijk der letteren dus. Ik was er meteen mee verguld. De naam paste goed bij onze literaire en journalistieke ambities. We bevonden ons niet onder de minsten. Vanaf de zestiende eeuw woonden er tal van schrijvers. Cervantes woonde, stierf en werd begraven in onze wijk. Hij ligt nog steeds in het klooster van de Trinitariërs aan de calle Lope de Vega. En over deze andere literaire Spaanse trots gesproken: Lope de Vega heeft nog steeds een museumpje in zijn eigen straat bij ons in de wijk. Verder zijn er nog steeds heel veel boekenwinkels (la Forga de las Letras in de calle Cervantes is de leukste!), zie je tal van meer of minder bekende schrijvers in de wijk terug aan herinneringsplakkaten, en niet te vergeten: de gouden tekstfragmenten die staan gegraveerd op de calle Huertas.

Een toneelstuk van Cervantes tijdens de gelijknamige feesten in onze barrio, gespeeld voor het klooster waar de fameuze schrijver begraven ligt.

Hoewel onze wijk vele leuke straten heeft, vormt Calle Huertas de kern van de wijk. In de volksmond heeft menig Madrileen het dan ook eerder over ‘Huertas’ als onze wijk bedoeld wordt, dan over de barrio de las letras, of zelfs Cortes – het nabij gelegen Parlement, waarnaar de wijk vroeger vernoemd is, en die nog af en toe bij ons genoemd wordt in gemeentelijke brieven.

Calle Huertas staat op vele vlakken symbool voor onze wijk. Er komen veel toeristen, de wijk gentrificeert behoorlijk. In calle Huertas komt dat samen: nieuwe ‘fishmarkets’ (waarom!?), karaokebars, een overvloed aan eettentjes. En rolkoffers natuurlijk. Makkelijk om over te brommen, maar het heeft ook een sympathiekere keerzijde: levendigheid en tal van restaurants in de buurt.

Plaza Jesus, de typisch Spaanse bar La Dolores

Een maand geleden filosofeerde ik met mijn Madrileense kapper* over onze wijk. Hij woont er al zolang ik leef, sinds het begin van de jaren ’80. Aangezien het de laatste tijd dus bon ton is om een beetje te mopperen over de toeristen en hun verhipping van ons wijkje, dacht ik een bromverhaal te horen, toen ik hem vroeg hoe de wijk is veranderd. ‘Echt heel erg veel verbeterd’, aldus kapper Carlos. ‘Vroeger was het hier vies. Grauwe, zwarte gebouwen. De hele wijk stond vol met auto’s. Ik moest soms een half uur rondrijden voor je ergens een plekje vond. Soms gaf ik het zelfs op om in de wijk te kunnen parkeren. Als je het vuilnis weg wilde zetten, kon je je voordeur niet uit, want daar stond dan een paar auto’s dubbelgeparkeerd.’

Zo’n 10 jaar geleden begon de grote transformatie: de verloederde delen werden opgeknapt. Waar vroeger het spreekwoord ‘calle Huertas, más putas que puertas‘ (in de calle Huertas zijn er meer hoeren dan deuren) nog gold, is het nu één van de leukste, populairste en met sympathieke kaasbarretjes bezaaide straatjes. In 2008 werd de wijk bovendien voor het grootste deel van het verkeer gesloten. ‘Een verademing’, zegt Carlos. ‘Mijn broer had geen auto. Dus op een dag zei ik: hier, een kado, heb je de mijne. Ik heb hem toch niet nodig. Ik doe alles in de buurt te voet of met de metro en dat bevalt me prima.’

Carlos is voor mij een vaste stop geworden. Maar dat geldt voor meer adresjes. Elke dag loop ik hetzelfde rondje: via Alicia de kioskhoudster voor de dagelijkse krant, naar de dames van de Pan de Pi – de lekkerste bakker van de wijk. Eventueel naar onze bodega Trigo in de Calle San Pedro, of natuurlijk naar de binnenmarkt Antón Martín – hoewel deze officieel net in Lavapiés ligt. Overal zijn we inmiddels vaste klanten, en met name onze zeven maanden oude baby wordt met liefkozende begroetingen verwelkomd.

Wat mij betreft met afstand de beste bakker in de barrio de las letras: Pan de Pi in de calle Jesus.

Kortom, de barrio de las letras is ook echt mijn wijkje geworden. Een echte volkswijk vol vrienden is het voor ons niet, daarvoor zijn we wellicht te weinig geïntegreerd en mist de wijk bovenal een soort van saamhorigheid. Het is meer een oude kameraad, een veilige haven, het stukje Madrid waar ik – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de vier torens of andere emblematische gebouwen als de Puerta de Alcala – na een vakantie of een bezoek aan Nederland me ook echt weer thuis voel.

* Dé sympathiekste en relaxte kapper die ik in mijn leven ben tegengekomen: precies de juiste mix van een vriendelijk praatje zonder roddel of prietpraat en stilte om naar oude rockklassiekers te luisteren, met zorg en precisie knippend, en dat alles voor €12! Warm aanbevolen op de Calle de San José

2 gedachten over “Barrio de las letras: onze schrijverswijk”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.