Franco opgraven

Na maandenlange stilte voor de storm, ging vandaag de kogel door de kerk: het hooggerechtshof heeft bepaald dat de Spaanse dictator Francisco Franco uit zijn praalgraf gelicht mag worden. Het werd tijd. Nu kan de plek waar hij begraven is, de Valle de los Caídos, misschien eindelijk een echte herinnerings- en educatieplek over de Spaanse Burgeroorlog worden.

Misschien ben ik van alle inwoners van Madrid er wel het meest geweest: het graf van Franco. Spanjaarden mijden de plek. Voor buitenlanders is het vaak onbekend of onbereikbaar. En toegegeven, het is een vreemde, obscure plek. Maar wel eentje waarvan ik als reisleider vind dat reizigers de plek moeten zien. Om niet alleen maar het fraaie, luisterrijke Spanje van Filips de Tweede of de Moren te zien, maar juist het recente verleden te kunnen begrijpen. Een verleden waar Spanje nog altijd mee worstelt.

De eerste keer dat ik er kwam, was eigenlijk op aanvraag van een reiziger uit mijn groep. Hij wilde er graag heen en vroeg zich af of we de plek konden bezoeken. Nu ligt de Vallei der Gevallenen (zoals de juiste vertaling van de Valle de los Caídos luidt – en niet dodenvallei, zoals in sommige Nederlandse media wel eens verschijnt) naast het Escoriaal, het trotse paleis van Filips de Tweede. Dat moest dus wel lukken. Maar eenmaal de afslag naar het monument genomen, heb je toch een beetje het gevoel dat je afdaalt in de hel.

Ingang van de basiliek

Dat komt ten eerste omdat de plek een vrij lugubere gietijzeren toegangspoort heeft, met daarachter een aantal Guardia Civil-bewakers. Eén brok onvriendelijkheid, alle keren dat ik er ben geweest. Daarna volgt een lange weg door een dennenbos, met een enkel uitzicht op het 200 meter grote kruis dat op de kleine berg staat waarin de gevallenen én Franco liggen. Achter dit kruis staat een abdij waar je zelfs kunt slapen (Maartje en ik deden dit eens voor een Volkskrantreportage). Dan volgen aan weerszijden van het monument twee parkeerterreinen, die met afgebladderde bordjes staan aangegeven. De hele setting kan zo in een horrorfilm, met als centraal thema: ‘hier gingen mensen ooit naar binnen, maar ze zijn nooit teruggekeerd’. Voor sommige krijgsgevangen, die het monument moesten aanleggen, was dit overigens ook echt zo.

De ingang van de basiliek – want uiteindelijk liggen alle graven in een reusachtige in de berg uitgehouwen kerk – is ronduit megalomaan. Een enorm plein, met niets, niets en niets. Zo groot, enkel om je nietigheid nog maar eens te benadrukken. Dan een zuilengallerij en een grote piéta, waarvan zowel Maria als Jezus redelijk eng aandoen.

Vrijwel alle beelden zijn zo ontworpen dat ze iets angstaanjagends uitstralen.

Wie vervolgens toch nog de moed vindt om binnen te gaan – eerst door de scan, want wie weet wil je met een bom het hele complex opblazen – gaat door een lange gang richting het altaar. Aan weerszijden hangen zwarte kandelaren. Ergens passeer je een plakkaat, waarop staat dat het hele complex is ingezegend met toestemming van paus Johannes XXIII, u weet wel, die progressieve paus van het Tweede Vaticaans Concilie.

Er hangen tevens wat wandtapijten aan de muur. Ondanks dat hier tienduizenden slachtoffers van de burgeroorlog liggen, de fascistische voorman José Antonio Prima de Rivera én een dictator, zijn deze tapijten de enige voorwerpen die van een informatief bordje zijn voorzien. Te lezen is dat ze uit de 15e eeuw zijn, uit Vlaanderen. Verder kent de hele plek geen uitleg, simpelweg omdat deze uitleg altijd gekleurd en dus beladen is.

Er volgen wat kerkbanken. Daar wordt elke dag om 11 uur nog een mis gehouden door de kloosterorde die van Franco het complex mocht beheren. Officieel wordt er voor alle slachtoffers gebeden, maar je kunt er niet omheen dat eigenlijk Franco’s zielenheil voorop staat. Immers, achter het altaar ligt een stevige marmeren steen, met een geelrood boeketje erop (soms meer boeketten). Francisco Franco staat er. Als je recht omhoog kijkt, is er een enorme koepel in de berg uitgehouwen, waarop in mozaïekstijl Jezus een zegenend gebaar maakt. In de vier hoeken rondom het altaar staan de vier aartsengelen, die angstaanjagend veel lijken op de nazgul uit de Lord of the Rings-films. De hele plek lijkt gebouwd om angst in te boezemen.

Deze engel staat aan het begin van de basiliek, maar geeft wel de sfeer aan.

Het is zodoende niet zo vreemd dat veel Spanjaarden van dit vreemde graf afwillen. Het is ronduit ongepast, ook omdat op een paar meter afstand vele duizenden slachtoffers van beide zijden liggen. Dus ook van de republikeins socialistische zijde. Je zou maar een opa of oma hebben die zijn of haar leven heeft gegeven in de strijd tegen Franco, en die vervolgens al jaren naast een praalgraf van de dictator moet liggen.

Vanwege het lange collectieve stilzwijgen na het overlijden van de dictator heeft dit nog opvallend lang geduurd. Vanaf de sociaaldemocratische regering van Zapatero is er voor het eerst werk gemaakt om de herinnering aan Franco weg te halen. Maar de tussenliggende regering van de conservatieve Rajoy maakte hier weer een einde aan: het bewijs hoe gepolariseerd Spanje nog steeds is. Nu de socialist Sánchez aan de macht is, begint men opnieuw met het proces van opgraving. De beherende kloosterorde is tegen, de familie Franco is tegen, maar mét een parlementaire meerderheid en (sinds vandaag) een uitspraak van het hooggerechtshof kan de dictator eindelijk uit zijn graf gehaald worden.

Ik gun het de Spanjaarden. En ik gun het hen ook dat deze plek een eervollere herinneringsplek kan worden. Gebouwd door krijgsgevangenen onder erbarmelijke omstandigheden, en met het enorme stenen kruis dat bijna vanuit Madrid te zien is, zal de plek altijd wel beladen blijven. Maar hopelijk kan er wel gestart worden om het verleden echt een plek te geven: een collectieve geschiedenis van de burgeroorlog, waar links én rechts zich in kunnen vinden, eindelijk wél eens wat onderwijs aan de Spaanse jeugd over de dictatuur, en hopelijk ook een educatieve uitleg in de Vallei zelf. Wat een burgeroorlog is, wat we hier voor het heden en toekomst kunnen leren.

Want tot op heden waren er vooral buitenlanders die de plek aandeden. Reisleiders zoals ik, met een groep geïnteresseerden. Mensen met een fascinatie voor (de burger)oorlog. Wel eens een Spanjaard, maar niet veel. De Spaanse chauffeurs (die ik altijd eerst vroeg of ze er principieel wel naartoe wilden) waren er vaak nog nooit geweest. Ze vormden qua opinie een goede doorsnede van de publieke opinie. Desgevraagd vond de één dat we de plek beter gewoon konden vergeten, en vooral naar de toekomst moesten kijken. De ander grapte dat hij van de gelegenheid gebruik wilde maken om te controleren of de grafsteen nog steeds goed dicht zat, zodat ‘het generaaltje’ er nooit meer uit zou komen. Een laatste stelde dat ze de plek gewoon moest dichtgooien. Ze deden er altijd quasi-luchtig over. Maar de meesten konden zich een paar jaar later nog precies herinneren wanneer we naar de plek waren geweest.

Hopelijk is mijn volgende bezoek een bezoek aan een plek waar het verleden verwerkt en beter herinnerd kan worden dan nu het geval is. Sluiten of slopen is wat mij betreft ook niet het antwoord: net als de NSB-muur in Lunteren blijft het een onderdeel van het verleden, en het is beter dat deze herinneringen aan vroeger ook gekend en bezocht kunnen worden, ook voor toekomstige generaties.

2 gedachten over “Franco opgraven”

  1. Ik ben nu zeker blij dat (toen wij met jou het paleis van Filips de Tweede bekeken) we deze lugubere begraafplaats niet hebben bezocht.
    Én … is het al bekend waar ze dan dadelijk met de resten van Francisco Franco naar toe gaan?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.