Bij de dokter

In een klein straatje vlakbij het Prado staan wat nette herenhuizen. Op het oog heel gewoon. Bij eentje hangt bij de deurbel niet een naam van de bewoner, maar het woordje ‘consultas’. Verder niets. Het groene lichtgevende kruis is de apotheker ernaast. De eerste keer belde ik met lichte aarzeling aan: is dit werkelijk de huisarts? En begint het spreekuur hier echt pas om zes uur ’s avonds?

Maar jawel. Een cheesy muziekje bij binnenkomst, wat posters van Vincent Van Gogh-schilderingen aan de muur, een paar vrouwentijdschriften in de wachtkamer. Een patiënt die de wachttijd gebruikt voor het nijdig opentrekken van allerlei (zorg)rekeningen. Een blonde doktersassistente zet met ferme hand stempels op een ziekteverlofaanvraag. Twee oude vrouwtjes die twintig minuten lang in het dokterskamertje zitten, en gezellig lachend weer naar buiten komen. Het uitje zit er weer op.

Kortom, op het oog maakt de Spaanse huisarts weinig verschil met de Nederlandse. Totdat ik me aanmeld, en later de huisarts zelf spreek. Eerst moet ik mijn zilveren zorgpas laten zien. Een luid geroffel in de dossierkast. Jawel, daar hebben we het fiche van de heer Van. Dat ben ik dus. Hoewel voorvoegsels als ‘van’ een Spaans equivalent hebben (‘de’), is ‘van’ toch zeer moeilijk en onbekend voor Spanjaarden en zien ze het als mijn (eerste) achternaam. Bovendien heeft men in Spanje twee achternamen: van vaders- én moederzijde. Vaak gebruikt men alleen die van vaderszijde. Zodoende wordt Twan van Lieshout dus Señor Van. Soms zelfs Paulus Van, naar mijn tweede doopnaam. Antonio, Paulus, Van: ik reageer hier op alles.

Als dhr. Van de ruimte van de huisarts betreedt dan worden daar kort wat vragen gesteld. Geen hand schudden hier (in Nederland voor sommige artsen een eerste check om te voelen hoe het met patiënt is). Dan een diagnose. Waarna er zonder echte inspraak mijnerzijds altijd een voorgeschreven middeltje volgt, want Spanjaarden zijn net als Fransen dol op middeltjes en medicijnen. Er wordt hier zelfs meer antibiotica geconsumeerd dan in Frankrijk. En dan wordt alles bijgeschreven op het kartonnen kaartje van dhr. Van. Een elektronisch patiëntendossier is bij deze dokter volstrekt onbekend.

De huisarts mag dan één en ander kunnen voorschrijven, ‘specialistische handelingen’ doet hij weer niet. Dat klinkt logisch, maar voor sommige handelingen die in Nederland tot het domein van de dokterassistent behoren (bijv. uitspoelen van een oor) daarvoor moet je in Spanje naar een specialist. Eenmaal bij zo’n specialist aangekomen, zit daar een heel team van assistenten en administrateurs, allemaal om die handeling te voltrekken die in Nederland in een paar minuutjes gepiept is. Voor een Nederlander ziet het er allemaal vrij inefficiënt en kostbaar uit.

Maar de Spanjaarden zijn heel trots op hun zorgsysteem: niet voor niets werd na een zeer vroeggeboren tweeling van een bekend politicus geruststellend gezegd dat het zorgwekkend was dat de baby’s zo vroeg kwamen, maar dat ze geluk hadden dat ze wél ter wereld gekomen waren in het beste zorgsysteem ter wereld. Als bewijs wordt hier steevast de hoge Spaanse levensverwachting voor aangedragen. Tegelijkertijd is het ook een systeem bekend om overbehandeling en overmedicatie, houdt men de patiënt onmondig en doet men juist te weinig aan preventie. Bovenstaande eigen ervaringen passen daar dus goed in.

Spanje kent namelijk het oude Nederlandse systeem van een collectief publiek ziekenfonds en een particulier systeem. Om in het publieke systeem terecht te komen moet je als zelfstandige premies betalen of een Spaanse werkgever hebben. Die heb ik niet, zodoende moest ik me dus particulier verzekeren. Op zich valt de premie wel mee: die schommelt zo rond de €65 per maand, maar is daarmee wel meer dan het ziekenfonds dat automatisch via de werkgever gaat. Maar goed, als particulier verzekerde krijg je daar wel een mooi zilveren of gouden pasje voor terug.

Dat zilveren pasje ziet men graag komen, want evenals vroeger in Nederland leveren particulieren geld op en hebben privaat verzekerden vaak hun eigen extra zorglijnen en ziekenhuizen. Dit leidt er toe dat in een land van overbehandeling, die volgens sommigen ook veroorzaakt wordt juist omdat de zorg gratis is, de publieke zorg wachtlijsten kent. De privaat verzekerde kan deze goeddeels fluitend passeren: je koopt je snelle behandeling, wat natuurlijk onrechtvaardig is. Daarnaast heeft men in het private systeem (op basis van mijn eigen ervaringen) veel meer tijd.

Via Maartje ken ik inmiddels ook de andere publieke kant: geen oud herenhuis maar grote zorgcentra, geen zilveren pasjes maar wachtlijsten, en bovenal: een razend tempo. Als halve robots razen sommige doktoren door checklijsten en protocollen. Als bij een controle er normale waarden uitkomen, dan wordt je verteld dat het goed is, en sta je binnen no-time zonder uitleg weer buiten. De publieke ziekenhuizen moeten productie draaien, waarbij er allerlei bezuinigingen zijn geweest, of meer zorgvraag waarbij de medische staf niet gegroeid is. Het leidt tot een systeem van zorgminuutjes en onpersoonlijk machinewerk.

Het zorgcentrum bij ons in de buurt: vaak klassieke betonbouw met weinig opsmuk

Het hele systeem kent meer vreemde kanten. Privaat verzekerden hebben wel toegang tot psychische zorg, terwijl publiek verzekerden dat nauwelijks hebben, bleek eerder uit een tv-uitzending van Jordi Évole. Lucratieve, winstgevende zorg wordt veelal door private ziekenhuizen opgepakt, terwijl de dure verliesgevende zorg dan overblijft voor het publieke systeem. Publieke lasten, private baten.

Elk land en elk systeem heeft natuurlijk zijn eigen eigenschappen, zijn eigen plussen en minnen. Toch zie je aan het Spaanse systeem dat één publiek fonds met daarnaast toch nog de mogelijkheid tot private zorg uiteindelijk ook niet helemaal eerlijk en goed functioneert. Kortom, voor wie terug wil naar het oude ziekenfonds: kijk vooral eens hoe het in de verschillende landen om ons heen is georganiseerd.

Eén gedachte over “Bij de dokter”

  1. Slimme man die dokter Consultas die zich niet belachelijk wil maken met het uitspreken van “Lieshout” en veiligheidshalve voor Señor Van kiest.
    Ja, met de gezondheidszorg zit het dus wel goed daar in Spanje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.