¡Campeones!

‘Wij’ zijn UEFA-kampioen geworden. Wij van Atléti. Wij van Atléti? Jazeker, ondanks uw sceptisch gefrons kan ik u verzekeren, daar hoor ik ook bij.

Overal ter wereld, maar vooral in Spanje, is het niet alleen leuk, maar ook heel handig om je direct tot een der lokale clubs te bekeren. Immers, van hoog tot laag: voetbal is onder mannen nog steeds hét sociale smeermiddel.

Zoals op mijn reizen als reisleider met mijn collega en buschauffeur Valeriano, die steevast tijdens het diner in een FC-Malaga trainingspak verschijnt (wat overigens de club er niet van weerhoudt snoeihard te degraderen). Maar gisteren ook in een gezelschap universiteitsdocenten – die akelig genoeg één voor één net deden of ze niet wisten dat Nederland niet aan het WK deelneemt. Onvermijdelijk volgt dan de vraag: wie steun jij? (gisteren ook geleerd dat het apoyar (steunen/helpen) in plaats van suportar is)?

En dan wil je niet die saaie sukkel zijn die dan moet zeggen ‘dat je het eigenlijk niet zo volgt, en dat je niet echt een supporter van een club bent, en dat het hele voetbal ook maar één overtrokken geldmachine is’. Nee, niet dit soort suf geknies: integreren is je aansluiten. Kiezen dus!

Nu is de keuze reuze in Spanje. Goed voetbal en een overschot aan leuke ploegen. Normaal is Barcelona met onze Johan en al die anderen die daarna kwamen een goede keuze, maar dat kan natuurlijk niet als je in Madrid woont. Zodoende blijven er drie clubs over. Ten eerste Real Madrid. De Koninklijke. Maar ja, dat is toch wel echt voor de pijos, zo’n rijkeluisclub. Heeft een traditie om half Europa leeg te kopen en dan maar te hopen dat er wat prijzen gewonnen worden. Wat overigens wonderbaarlijk goed werkt, de laatste jaren. Bovendien hangt er nog altijd een franquistisch luchtje om die club heen. En Cristiano Ronaldo… een duidelijk njet.

Resten er nog Atlético Madrid en Rayo Vallecano. Om met die laatste te beginnen: dat is de echte rouwdouwersclub uit de volkswijk Vallecas. Mijn vriend Luis is er fan van. Ze hebben er geen cent te makken, elke wedstrijd moet op wilskracht gewonnen worden. En dit lukt niet altijd, want ze degradeerden net op het moment dat wij in Madrid aankwamen.

Een soort zitdans bij de Neptunusfontein

Atlético Madrid dus. Een mooie club. Ook hier niet perse het mooiste voetbal ter wereld, maar wel een club van saamhorigheid. Bovendien hebben ze met hun emotionele coach Simeone toch echt een personaje in huis. Daar bovenop is het van oudsher ook echt een arbeidersclub. Een soort Feijenoord. Keus dus snel gemaakt: Atletico – of, voor de fans zoals ik, Atléti.

Maartje werd ook Atléti-fan, we namen de back Juanfran als onze favoriet, en zagen de afgelopen jaren menig wedstrijd, met name in het seizoen dat de Champions League-finale werd gehaald. Zodoende kennen we zelfs nu het clublied uit ons hoofd (ook niet zo heel moeilijk): Atleti, Atleti, Atletico de Madrid. (2x) Jugando, ganando! etc. Zeker in het oude Vicente Calderón-stadion, waar ik een wedstrijd zelf heb mogen aanschouwen, was dat een indrukwekkend gezang.

Atléti is ook om een andere reden te vergelijken met Feijenoord. Namelijk dat je als fan vaak lange tochten door de droge prijsloze woestijn moet maken, terwijl die nare rijke stadgenoot één voor één alle bekers binnentikt. Vervolgens wordt er dan door alle Real Madridsupporters een groot feest gehouden bij de Cibelesfontein voor het stadhuis. Wie bij de Cibelesfontein goed naar het zuiden kijkt, ziet in de verte het beeld van de Neptunusfontein staan. Daar worden de hypothetische en ronduit schaarse kampioensfeesten van Atléti gehouden. Goed, ik zal niet schrijven dat de fontein letterlijk droog staat, en dat na de verloren Champions League-finale tegen stadsgenoot de bak gevuld was met vergoten Atletico-tranen. Maar het punt moge duidelijk zijn: het is een soort van edel lijden, fan zijn van Atléti.

Tot eergisteren dus. Hoewel ik dus zeker niet elke wedstrijd voor de buis zit, waren we nu natuurlijk in de kroeg, helemaal gevuld met Atléti-shirts. En zowaar, het zat mee, we overklasten die Fransozen, en werden UEFA-kampioen. Waarna het ruige feest losbarstte onder het oog van de lang wakende, maar nu eindelijk in het middelpunt staande Neptunus. Misschien zinsbegoocheling, maar te midden van alle dronkelieden, zag ik hem om twee uur ’s nachts plots gelukkig glimlachen.

Rechtsachter de oude zeegod. Vanuit deze hoek helaas de glimlach van Neptunus net niet te zien

 

 

Eén gedachte over “¡Campeones!”

  1. Een heeeeeelijk verhaal 👍
    Zoals je weet ben ik helemaal geen voetbalfan. Toch had ik maar wat graag jullie tweetjes met die feestende menigte bij Neptunus zien staan …. dan kreeg ik ook een glimlach op mijn gezicht 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.