Het huis waar je gek wordt

Er staat een huis ergens aan de Avenida Padre Piquer waar je gek wordt, of in ieder geval een verhoogd risico loopt om door te draaien.

Een inkijkje in het leed dat de Spaanse bureaucratie heet. Gaat u er rustig voor zitten.

Het kwam zo. Eén van de belangrijkste papiertjes in Spanje is het NIE. Het Numero de Identidad de Extranjero, waarop buitenlanders zoals wij bij de Spaanse overheid geregistreerd staan. Je hebt het nummer voor van alles nodig, bankrekeningen, verzekeringen, contracten. Handig om te hebben dus.

Er zijn twee versies van. Een nummer dat tijdelijk geldig is, en hetzelfde nummer, dat onbeperkt geldig is. Het eerste kostte ons niet heel veel moeite: je gaat langs een onooglijk kantoortje met je paspoort(kopie) bij metro Tetuán, en betaalt een premie bij de bank ernaast. Het tweede was een ander verhaal. Er zijn veel meer documenten voor nodig, met stempels en handtekeningen uiteraard. Maar goed, met een beetje moeite kan dat toch niet zo moeilijk zijn, nietwaar? Achteraf is het makkelijk glimlachen om deze naïviteit. Want wat volgde was een tocht langs allerlei loketten die nog het meest wegheeft van de oude Asterix-tekenfilm over ‘Het huis waar je gek wordt’, waar Asterix vrijgeleide 38A dient te bemachtigen.

Voor een NIE moet je een afspraak maken op een overheidswebsite waarvan we het adres eerder op een beduimeld papiertje hadden gekregen. Dat kan maanden duren. Vooral als je het vakje ‘asignación NIE’ aanklikt, waarvan ik het (onterechte – zal blijken) vermoeden had dat dit voor een NIE was. Na drie maanden ga ik vol goede moed en een rugzak vol papieren naar het loket. Ik heb een persoonlijke afspraak om 9:15.

Eenmaal aangekomen staat er een lange rij. Veel immigranten, met name Latino’s en een enkele moslima. Ik vraag of ik er langs mag, ik heb immers een persoonlijke afspraak gemaakt. ‘Maar wij hebben allemaal een persoonlijke afspraak, meneer’, verzucht iemand wiens afspraak om 9:00 zou zijn, maar die nog steeds achter aan de rij staat. Eenmaal aan de beurt, wordt mij verteld dat ik bij het verkeerde kantoor sta. Dit is het kantoor voor de NIE. ‘Dat komt goed uit, want daar kom ik voor’. Nee, dit kantoor is voor het NIE voor niet-EU-burgers. EU-burgers moeten op de Padre Piquer-laan zijn.

Metro in, metro uit. Niet erg, zeg ik tegen mezelf, je ziet nog eens wat van de stad. Zoeken. En jawel, Padre Piquer gevonden. Weer tas en jas door de detectie. Een brommerige politie-agent achter de balie. ‘Nee, u staat hier verkeerd. U moet bij het kantoor op de calle Erica zijn’.

Met z’n allen in de rij bij het immigratiekantoor aan de alle Erica

Kantoor calle Erica is 20 minuten lopen, en eenmaal aangekomen staat er ook hier een enorme rij. Wachten, detectiepoortjes, agenten, wachten, baliejuffrouw. ‘Een NIE? Nee, wij doen alleen de tijdelijke variant. Voor de verlenging naar vast, dan verwijs ik u naar… Padre Piquer’.

Het voordeel van 20 minuten lopen is dat mijn woede weer is weggeëbd als ik weer voor dezelfde sikkeneurige balie-agent sta. ‘NIE, o ja, inderdaad. U bent hier toch goed, heeft u papieren X, Y en Z bij u? Ik laat X, Y en Z zien. Hij fronst. ‘En heeft u een afspraak?’. Ik laat hem mijn afspraak van inmiddels bijna 3 uur geleden zien. ‘Begrijp ik goed dat u een afspraak had op een ander kantoor? Dan kunt u niet hier terecht’, zegt hij zelfvoldaan.

Hell. Dus weer een paar maanden wachten op mijn nieuwe afspraak. Gelukkig heb ik het papiertje niet per se ergens nu voor nodig.

Vol goede moed drie maanden later weer terug naar de oude agent in de Padre Piquer. Dit keer tref ik een ander. Eenmaal aan de balie wordt mijn nummer geroepen, door een joviale jonge kerel. Ik wil gaan zitten, als plots er één of andere vrouw zich op mijn stoel drukt en stelt dat ze een eerder nummer had, maar niets gehoord had. ‘Geen probleem, dan gaat u gewoon naar mijn collega’, wijst de jongen mij door.

Het serpent dat ik daar tref, zegt niets. Een minuut lang niet. Mijn buenos días blijft onbeantwoord. Na een tijdje blaft ze ‘papeles, documentos‘. Ik leg alles netjes op tafel, enigszins zenuwachtig. Als student dien ik zowel een bewijs van inschrijving, als mijn vakken, als een ziektekostenverzekering te overleggen. Ik heb alles, zo lijkt het. Nauwgezet wordt alles bestudeerd, onder luid gezucht. ‘Deze verzekering is verlopen’, stelt het mens en kijkt me geborneerd aan. Ik kijk. Ergens staat op het blaadje inderdaad dat tijdens het wachten op deze nieuwe afspraak net het eerste jaar van mijn verzekering voorbij is. ‘Hij is automatisch verlengd’, stamel ik, en laat mijn pasje zien. ‘Dat maakt mij niet uit. Verlopen, en dus niet geldig’. Ze schrijft het op een briefje en geeft me dit. Er valt een stilte. Naast me zit de joviale jongen de voordringende vrouw geduldig alles netjes uit te leggen. Er wordt gelachen.

Bij ons niet. Bij ons is het stil. De beambte zit op haar toetsenbord te tikken en zegt niets. Ik wacht. Ze kijkt me aan en trekt een wenkbrauw omhoog, en zegt niets. Ik kijk haar strak aan. Dan zegt ze, ‘Gaan we intimideren? Dat vind ik een gebrek aan respect’. Aha. Daar valt het woord. Zodra iemand totaal geen gelijk heeft of zich onredelijk gedraagt, en de ander is het daar niet mee eens, dan is de Spaanse vluchtheuvel nog altijd de ander te betichten van ‘falta de respeto’. Als ik stel dat ik dit hele systeem een falta de respeto naar goedwillende burgers vind, begint ze boos te schreeuwen. Ik besluit maar snel weg te gaan, dit hele gebouw is immers vol met agenten en voor je het weet blijkt het problematisch dat ik geen permanente NIE heb.

Vanochtend een nieuwe afspraak, weer vijf maanden verder. De metro naar Padre Piquer . Alle documenten bij me. Bij de balie wordt mijn nummertje 14 door een aardig uitziende jongeman opgelezen. Opeens staat er iemand anders op: ‘ah, ik heb 8, maar volgens mij is die niet genoemd…’ Ik moet blijven zitten.

Gelukkig blijkt de volgende beambte een sympathiek mens te zijn. In mijn ooghoeken zie ik de oude heks van vorige keer aan een belendend bureau zitten. Ik wend me snel af. De nieuwe beambte vraagt me om de zorgpolis. Trots laat ik het papiertje van de verlenging van mijn verzekering zien. ‘Nee, die heb ik niet nodig, de polisvoorwaarden moet ik hebben’. Koortsig zoek ik in de enorme stapel papieren die ik heb verzameld. En jawel, op het allerlaatste stapeltje grijze velletjes prijkt het logo van mijn ziektekostenverzekeraar. Saved by the bell. Binnen een paar minuten loop ik met mijn NIE de deur uit. Het is een vies groen vodje, met daarop een slecht gedrukte stempel. Maar ik ben er toch erg blij mee.

Half gek na naar het 4e kantoor te zijn doorgestuurd
Na al het werk en wachten: een klein muffig blauwgroen vodje

Een kennismaking met de Spaanse bureaucratie. Een kenmerk van bureaucratieën zou hun uniformiteit moeten zijn. ‘Regels zijn regels’, nergens ruimte voor maatwerk. Maar wat hier opvalt is dat het juist allemaal heel individueel is. Een individu bepaalt, op wat basispapieren als een paspoortkopie na, volstrekt willekeurig welke documenten er wel en niet toe doen. Zoals het individuele humeur van de beambte een wereld van verschil kan maken tussen geholpen of weggejaagd worden.

Het zijn interessante lessen. In Nederland had ik nooit zo met de bureaucratie te maken: de meeste zaken heb je al ergens geregeld, je verlengt je paspoort zo nu en dan en that’s it. Behalve als je de buitenlander bent. Dan volgt een cascade aan procedures in een taal waarvan je het bureaucratisch jargon nog niet machtig bent, en begint het grote documenten met stempels verzamelen. Opeens heb ik te doen met al die immigranten die ons land binnenkomen.

***

Tips voor Europese NIE-zoekers:

-Op de overheidswebsite moet je het vakje CNP-Certificados UE aanklikken, niet andere vakjes met NIE.

-Voor een vaste verlenging van je NIE op basis van een studie moet je tenminste hebben: afschrift met perioden van inschrijving op de uni (liefst met stempels – heeft bij mij het secretariaat gedaan), lijst met alle vakken die je op de uni volgt, zorgverzekeringspolis (en vigor!) inschrijving en voorwaarden, kopie van paspoort, eerdere kopie van NIE aanvraag (tijdelijk). Maar wellicht verandert dit dus per beambte.

-Betaal je premie bij een bank ruim voor je je afspraak hebt. De Bankia in het Av. Padre Piquer helpt alleen Bankia-klanten, de Caixa is in de middag dicht (maar je kunt de tasa wel bij de pinautomaat voldoen)

 

 

4 gedachten over “Het huis waar je gek wordt”

  1. Twan, jij hebt duidelijk de les ‘interculturele communicatie’ gemist…daar heb ik geleerd dat in sommige landen te hard kloppen op de deur, of iemand groeten vóórdat deze hoogst belangrijke persoon jou heeft gegroet je in dit soort omstandigheden al de das om kan doen! Heeft mij toch in twee dagen een (weliswaar tijdelijke) registratie opgeleverd hier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.