De straat op

Geen volk zo goed in demonstreren als de Spanjaarden. Dat weten wij als geen ander, want bij ons komen alle demonstraties langs.

Nu lijkt het seizoen helemaal begonnen.

Eergisteren alle boeren en agrarisch ondernemers uit Alicante en Murcia over de vloer. Ze vragen met met grote borden ‘om een evenwichtigere waterverdeling’, terwijl op de achtergrond een gelikt audiobandje zich eindeloos herhaalt. (‘Wat wil ik? Water! Wat wil jij? Water! Wat is een basisrecht? Water!’) Toch vallen ze in het niet bij de enorme massa’s die tijdens de internationale vrouwendag op de been zijn.

Ik wist al weken dat er iets op til was, want je kon er op de universiteit niet omheen: grote spandoeken voor de ingang van het station, op elke boom op de campus een belangrijke vrouw uit de geschiedenis. Er ging gestaakt worden: iedere dag een mail in de mailbox van de vakbond, en dan weer een reactie van de rector, over wat er allemaal zou gebeuren.

Veel studenten willen ook staken.  Het college wordt in een heerlijk compromis verplaatst naar een paar uur voor de officiële staking aanvangt, zodat iedereen de staking én de les kan bijwonen. Vrijwel de hele klas ziet daar een prachtig excuus in om dan maar helemaal thuis te blijven en zo zit ik met nog twee Peruaanse compañeros in een soort van privé-les.

Na het college zie ik dat de eerste kleine demonstraties opgezet worden door allerlei feministische comités, met name bij de pedagogische en de letterenfaculteit waar de vrouwen talrijk en actiebereid zijn. Met grote megafoons worden toespraken gehouden. Een algemene staking van een paar uur is aangekondigd.

Als de machtige arm het wil…. staat in ieder geval niet gansch elke trein stil. Mannelijke machinisten zijn nog gewoon aan het werk, evenals vele anderen (ook vrouwen) overigens. Veel vrouwen, zo hoor ik van een docente, hebben geen zin om een vrije dag op te nemen of een dag niet betaald te krijgen, dus staken niet – kennelijk gaan de stakingskassen hiervoor niet open.

Maar ze demonstreren ’s avonds wel! Terwijl we naar onze markt lopen om wat groenten te gaan kopen, komen we al honderden demonstranten tegen: paarse pruiken, geschminkte vrouwelijke seksesymbolen, allerlei fantastische teksten op zelfgemaakte borden.

Ik krijg de laatste tijd altijd direct heimwee naar de vakbond als ik demonstraties zie. En omdat ik ook voor meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen ben, besluit ik spontaan mee te doen. Aangezien je in Spanje nooit in je eentje gaat demonstreren doen Maartje en een vriendin -bij wie we belletje trekkend leuzen in de intercom schreeuwen – mee.

Immers, in Spanje is demonstreren vooral een sociale, gezellige aangelegenheid. Behalve die van de taxistas heb ik hier nog geen ruwe of agressieve demonstratie gezien. Vriendengroepen staan gezellig te keuvelen.  Maar eenmaal begonnen wordt er ook eendrachtig geschreeuwd. Demonstreren is in Spanje niet alleen een roep om één of andere praktische maatregel. Het is jezelf kenbaar maken, een vorm van zelfexpressie. En daar hoort ook muziek bij. Er is zelfs een soort van vakbondsrepertoire met straffe elektrische gitaren op de achtergrond (a la huelga (4x) – naar de staking! 4x)). Vooral een heel contingent studentes maakt er een groot feest van:  ‘wie niet springt, is een machista!’

Want daar gaat het dus allemaal over. Het machismo, het huiselijk geweld en de ongelijke behandeling en beloning. En het zien van de vrouw als object, uiteraard. Niet alleen duizenden mensen stromen langs, ook de meest kunstzinnige uitingen: een nagemaakte beha van ongeveer vier bij twee meter. Het allerfraaiste wat ik gezien heb was overigens twee jaar geleden: een groep vrouwen die verkleed als priesteressen op een soort draagbaar een megagrote vagina van papier-maché met zich mee droegen.

Die enorme vagina. Het was het eerste wat ik zag na onze emigratie. We verhuisden de dag voor de dag van de vrouw. Elke keer dat we die feministische stoet nu voorbij zien trekken, zijn we er weer een jaar langer. En elke keer dat de demonstratie langs trekt, is hij weer groter. Waar we twee jaar geleden een volle rijbaan aan mensen zagen, was nu het hele centrum compleet bezet. De organisatie schatte het aantal zelfs op een miljoen, de autoriteiten hielden het op 200.000. Niettemin een fascinerend aantal. Alle leeftijden door elkaar, maar vooral met een enorme groep jongeren. Het geeft aan dat demonstreren én het feminisme hier leven, en zeker nog geen symbolen uit een oude tijd zijn. Maar dat moet ook wel in een land als Spanje. Want zoals men hier zegt: El que no llora, no mama. Wie niet huilt, krijgt niet de borst.

Spanjaarden zien het scherp. Zoals ik al eerder schreef, ze denken nog collectief. Links gezamenlijk op straat. En ze weten, als je je niet roert, als je niet met z’n allen voor iets strijdt, dan gaat het sowieso niet veranderen.

Eén gedachte over “De straat op”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.