Op de Spaanse universiteit

Omdat ik meer wilde weten van één van de grote problemen van onze tijd, en ik hier in Spanje plots de ruimte had om een jaartje te studeren, heb ik sinds september weer de collegebank opgezocht om me bij te scholen in de economie. Het levert niet alleen onverwachte flashbacks op naar járen geleden, maar ook een interessante vergelijking tussen de Nederlandse en Spaanse universiteit.

Want is de Spaanse universiteit anders? Ja en nee. Uiteindelijk lijken de meeste universiteiten wel op elkaar. Zo heeft mijn Universidad Autonoma de Madrid (UAM) net als mijn oude Radboud Universiteit een drukke campus net buiten de stad. Er hangen iets meer marxistische vlaggen, solidair met allerlei onderdrukte minderheden, maar verder is het hetzelfde: een kudde die uit het openbaar vervoer marcheert, flyerende studenten die als bijbaan één of ander bierfestijn promoten, rokende zenuwlijders buiten onder het afdak vlak voor het tentamen, betonnen zaaltjes, verwarmd noch geïsoleerd. Studentenprijzen – 75 cent voor een stuk tortilla met brood, geserveerd door een oude morsige café-uitbater. Matig gemotiveerde oude docenten, een paar jonge honden die juist veel inzet hebben, en -net als in Nijmegen – een vrolijke kerel die statistiek geeft alsof er geen mooier vak ter wereld bestaat.

Elke ochtend als een mierenhoop lopen we de trein uit.

En toch is alles anders. Zo bestaat ongeveer 80% van mijn ‘klasje’ uit buitenlanders zoals ik: driekwart Latino uit landen als Argentinië en Venuzuela, een handvol Chinezen. En ik dus, als enige EU-burger, naast een stuk of zes Spanjaarden. Aanvankelijk was ik bang dat ik veruit de oudste zou zijn. Dat blijkt niet het geval: aangezien veel Latino’s eerst een paar jaar gaan werken voordat ze met een studiebeurs in Europa aan hun prestigieuze master beginnen, zitten er nog aardig wat dertigers tussen. Het maakt het ook allemaal wat gemotiveerder dan vroeger, toen de meeste studiegenoten -incluis ondergetekende-  de additionele literatuur toch gevoeglijk oversloegen.

Mijn compañeros: een mooi en kleurrijk gezelschap, dat openstaat voor iedereen.

Het is niet het enige verschil in mentaliteit. Wat vooral opvalt, is de loyaliteit naar elkaar. Komt een student veertig minuten te laat of heeft hij de opdracht niet ingeleverd terwijl hier al drie keer om is gevraagd, dan nog vindt iedereen dat hij een extra kans moet krijgen. Essays en werkstukken worden voor inleverdatum via Whatsapp gedeeld, ter inspiratie voor de anderen. Als ik aarzelend vraag of iemand mijn Spaans wil corrigeren, steken er meteen een paar ‘compañeros’ hun hand op. Wanneer een Chinese studente door de docente wordt afgekapt, wordt er boos al gemompeld dat dit racisme is, zeer oneerlijk, en niet te tolereren.

Kortom, mijn klasgenoten denken collectief en minder liberaal. In Nederland vond ik de universiteit veel individualistischer: niet in het groepje komen waarin de moeilijke gevallen zaten, als er mensen afvielen zag ik dat toen als een teken dat het niveau wel op peil was. Hier vindt men dat vooral erg jammer voor die arme klasgenoten, en dat heeft ontegenzeggelijk iets sympathieks. De universiteit als leerfabriek, als kennismarkt waar studenten rationele keuzes maken over hun masterjaar, het ‘excelleren is voor ons heel normaal’: het is hier gelukkig allemaal een tandje minder dan in Nederland.

Dankzij de antifascistische betogingen van mijn waarde neo-marxisten nog geen extreemrechtse student gesignaleerd. Maar we blijven waakzaam natuurlijk.

Maar ook andere vooroordelen zijn gewoon waar. Zoals het te laat komen. Niet alleen onze Latino’s hebben er een handje van om standaard een half uur later binnen te sjokken, ook de docenten huldigen het academisch kwartiertje (dat nog wel eens langer duurt). Vandaag nog was de docent al 10 minuten laat, en bleef vrolijk nóg 10 minuten met een collega in de deurpost door ouwehoeren. Een andere docente kwam standaard een half uur later, totdat ze door de delegado ter verantwoording werd geroepen. De delegado is de klassenvertegenwoordiger… en dat ben ik. Nadat mijn groep hoorde dat ik vakbondsonderhandelaar was geweest (in Latijns-Amerika vaak nog een best gevaarlijk baantje, dus waarderende blikken mijn kant op) kon ik er niet meer onderuit en dus mocht ik meteen Spaanse docenten gewaar maken van enige punctualiteit. Wat een feest.

Dit wil overigens niet zeggen dat de Spaanse universiteit maar matig van kwaliteit zijn. Integendeel. Het niveau is behoorlijk -mag natuurlijk ook wel in een master- en de opleiding heeft serieus werk gemaakt van het rooster. Iedere dag minstens drie uur college, en daarna nog aardig wat taken al dan niet in groepsverband.  Kom daar maar eens om in Nederland. Ik heb hier nu al vaker tot acht uur ‘s-avonds op de uni gezeten dan al die Nederlandse jaren bij elkaar. Want vakken worden afgesloten met én een (groeps)presentatie, én een essay, én een tentamen (weliswaar met een groot deel meerkeuzenvragen).

Een klassieke en vertrouwde inspirerende leeromgeving. Niets nieuws onder de zon dus.

Ook wat betreft buitencurriculaire activiteiten timmert de opleiding aan de weg. Maar liefst elke week, zelfs bijna tot vervelens toe, is er een charla (letterlijk ‘een praatje’; een gastlezing waar we dan wel weer semi-verplicht naartoe moeten) en over anderhalve maand gaan we met z’n allen op studiereis naar Marokko. Mijn hoogleraar economische geografie, met grote gebaren stellend dat we economistas a pie, y no economistas sentados (straateconomen en geen zittende kantooreconomen) moeten zijn, voegde daad bij het woord door vorige week ons rond te leiden op de afvalverwerking van Madrid.

Merkwaardig genoeg vertaalt al dit engagement zich niet in het bespreken van actuele thema’s: het vak over economische integratie binnen de EU repte met geen woord over het nieuwe ‘schokfonds’, en de Catalaanse kwestie is letterlijk doodgezwegen. Maar goed, daarin verschilt het hier niet met de Nijmeegse politicologie-afdeling, die vooral grossierde in abstracte theorieën en de Nederlandse partijpolitiek een te ordinair onderwerp vond.

De laatste overeenkomsten en verschillen betreffen mezelf. Als vanouds vind ik het studeren heerlijk: weer de boeken in, of nog beter: lekker onderuit luisteren naar wat hoorcolleges, af en toe weer eens wat in een collegeblok kalken (hoewel ik ongeveer de laatste ben die ze nog gebruikt). Maar tegelijkertijd ben ik gefocuster dan voorheen, kan het campusleven met haar Marxistisch Aktiefront me gestolen worden en ben ik vreemd genoeg nu zo’n studentforens waar ik vroeger na drie borrels en vijf bestuurscommissievergaderingen in het Nijmeegse campus-‘cultuurcafé’ hoogdravend op af zat te geven. Ouder dus en, hopelijk na deze studietijd, weer wat wijzer.

 

 

 

 

 

9 gedachten over “Op de Spaanse universiteit”

  1. Ik herinner me uit het recente verleden als docent dat de lessen een stuk aardiger verlopen als de studenten een belangstellende uitstraling hebben, nauwkeurig aantekeningen noteren, interessante opmerkingen maken en goede vragen stellen en zeker antimarxistische opmerkingen maken doorspekt met enige humor. Het is wel afzien daar, lijkt me.

  2. Nu weet ik tenminste waar je momenteel de hele dag mee bezig bent (oftewel uithangt).
    Leuk die ‘klassefoto’, nog ff gezocht naar jou, maar wellicht ben jij de fotograaf?!
    Benieuwd of wij ouders ook bij de bull-uitreiking zoals op de Radbouduniversuteit mogen zijn 😉 Veel succes!!

    1. @ Dinie: Helemaal achteraan bij het bord sta ik. Niet superaanwezig voorin dus, maar dat komt ook wel overeen met mijn dagelijkse gedrag daar. Inmiddels zijn er overigens alweer twee Chinese studentes afgevallen, omdat het iets te moeilijk voor ze was met de taal.

  3. Mooi stukkie weer Twan! En dat jij docenten ooit nog op punctualiteit zou wijzen. Alles is relatief, zo blijkt maar weer. Overigens kan ik mij een onderzoekscollege bij Geschiedenis herinneren waarvan de docent er ook een Spaanse punctualiteit op nahield…

    1. Hahaha. Nou ja. Kijk. Jij verwijst naar één en hetzelfde geval. Er is natuurlijk niks mis mee als ik en die bepaalde docent (ik noem een K.P.S.S.) eenzelfde punctualiteit hanteren. Daarmee schep je toch iets als een nieuwe norm. Zoals een Koning al eens opmerkte: ‘niet ik ben te laat, de rest is te vroeg’!

    1. Zeker beter dan de RU-koffie! (maar dat kan ook haast niet anders). Het verschilt wel tussen het koffie-automaat (waardeloos) en de bar (behoorlijk lekker, en desgewenst met warme, koude, of half-lauwe melk, of een combinatie daarvan; het komt allemaal heel precies). Ik denk dat hier de oude stelregel opgaat: hoe hoekiger de barman, hoe beter de koffie.

  4. “Mijn hoogleraar economische geografie, met grote gebaren stellend dat we economistas a pie, y no economistas sentados (straateconomen en geen zittende kantooreconomen) moeten zijn, voegde daad bij het woord door vorige week ons rond te leiden op de afvalverwerking van Madrid.”

    Hoera voor deze man!

    Goed verhaal verder. Het doet mij ook deugd dat op jouw campus het linkse gebroed nog welig tiert. Zelf heb ik het vermoeden dat dat op Nederlandse scholen/hogescholen/universiteiten afneemt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.