De herrezen verzonken stad

Het is een extreem droog jaar, dit jaar. De boeren klagen al sinds april steen en been. En toen moest de zomer nog komen, de hete periode waarin elke dag 40 graden brengt en de landen hier in Castilië geel en bruin doet kleuren.

Het graan stond niet echt hoog, weinig water gehad, en werd daarna snel binnengehaald. Elke rivier, vaak in de vroege lente gevuld met smeltwater uit de Guadarrama of de Gredos, droogde op en grote dorre vlakten resteerden.

Dit was een stukje meer

Zo verging het ook de beken, de stroompjes, de meren. En dat leidt tot fascinerende taferelen, want Spanje kent een aantal grote stuwmeren. Deze meren, meestal uit de Francotijd, vraten vaak kleine dorpjes op. De dorpen moesten wijken voor de ontwikkeling van het grootse Spanje, werden ingenomen door het immer uitbreidende meer, en verdwenen naar de bodem van de grote watervlakte. De bewoners kregen een aantal peseta’s en trokken naar de grote stad, om daar hun geluk daar maar te beproeven. En nu deze bewoners oud zijn, en hun leven lang als ballingen ergens anders hebben gewoond, komen hun oude dorpjes plots letterlijk weer boven water. De droogte heeft de grote stuwmeren bijna drooggelegd: langzaam maar zeker komen de muren, straten, zelfs de oude verdronken bomen weer te voorschijn.

Maartje en ik trokken laatst naar één van de plaatsjes. Het was een mooie tocht op een zonnige zaterdag, nog net warm genoeg om in een trui door het land te trekken, een rugzakje op de rug. Enkele bomen droegen nog vrucht, en de onze zakken vulden zich snel met amandelen, een enkele druif en versgeplukte rozemarijn. En plots ontvouwde na een heuveltje zich ons doel: de herrezen verzonken stad.

La Isabela, zo heette het stadje. Vroeger was het beroemd, een ontmoetingsplaats voor de high society, dankzij haar plek aan het water. De koning Ferdinand VII – in de geschiedenisboeken vooral bekend als een wreed en onaangenaam heerser, en in het Prado met zijn boeventronie door Goya geportretteerd – liet er een soort lusthof bouwen. Hij leed aan allerlei ziekten en hoopte dat de bronnen, waarvan men zei dat ze geneeskrachtig werkten, hem van zijn kwalen af konden helpen. Hij vernoemde het oord naar zijn vrouw, Isabella de Braganza, en bouwde er een klein paleisje.

Waar koningen verblijven, daar wordt het vanzelf hip en happening. Dus al snel kwam de hoge bourgeoisie, en zo verwerd Isabela een badplaatsje aan een meertje. Totdat in de Francotijd de koningen in ballingschap in het buitenland verkeerden, en nieuwerwetse elektriciteit belangrijker was dan dit kleine kuuroord. Het verdween.

Spanjaarden maken uiteraard gebruik van de gelegenheid om even lekker te gaan eten.

Maar nu staan wij dus weer tussen de paleismuren. Bijna alleen, want zoals op wel meer fascinerende plekken in Spanje, staat uiteraard nergens een bordje. Wij vroegen de weg aan mensen die er net vandaan kwamen, en op onze weg terug bewijzen we dezelfde wederdienst aan mensen die er ook naartoe willen en niet weten hoe, wat, waar en vooral hoelang (lopen) – 2 kilometer, poeh, en een paar leden van het gezelschap draaien om!

En dat is jammer voor hen want het is zeker een fantastische plek: verbrokkelde pilaren, muren, ja zelfs nog een paar restanten van wat eens een koninklijke moestuin was. Ontbladerde bomen die tientallen jaren onder water stonden staan als vreemde kunstobjecten half boven het water.

Zoals de hele plek kunstig aandoet in het late herfstlicht: op een stoel na zijn alle menselijke gebruiksvoorwerpen  verdwenen, al wat resteert zijn vormen.  Vormen van bomen, vormen van straten, vormen van tuinen. Maar dan kalkige substantie. Als je het aanraakt, verkruimeld de helft in je handen. Het verdwijnt, zoals eens deze stad.

Maartjes kunst…
Setting Zomergasten 2018?

2 gedachten over “De herrezen verzonken stad”

  1. Hartstikke leuk om te lezen Twan! En moet inderdaad een gave plek zijn…ik vraag je nog wel een keer details.
    Besote desde Argentina también a Maartje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *