Van dik hout…

Overal ter wereld heb je de grote stad en de periferie. Tijdens mijn studie politicologie leerde ik dat er zelfs politieke scheidslijnen tussen zijn, vanwege het grote onbegrip dat er tussen deze twee werelden heerst. Zo zouden de (hoofd)stedelingen hip, modern maar wel gladde blaaskaken zijn, terwijl de mensen van het platteland nog goudeerlijk, maar helaas een wel beetje dommig en ouderwets zijn. Zo ook in Spanje natuurlijk.

Tijdens mijn taallessen kreeg ik eens een soort velletje uitgereikt met alle vooroordelen die in het land over elkaar de ronde doen. Wij Madrilenen zijn ‘schaamteloos en arrogant’, en ‘geven ook teveel geld uit’, maar ‘zijn wel hartelijk voor buitenlanders’. En dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld de nobele Basken: ‘zij zijn robuust. Ze kennen geen middenweg: ze zijn eerlijk, maar hard. Ze kennen geen verfijning. En ze lachen ook niet veel.’

De vooroordelen. Wat moet je ermee? Zodra je genuanceerd roept dat het natuurlijk onzin is, en dat ieder individu anders is, en je uiteraard nooit alle mensen van een gebied over één kam kunt scheren, dan kom je natuurlijk weer een schitterend tegenvoorbeeld tegen.

In dit geval in ons kleine ‘teatro del barrio’ (het wijktheater), dat in de merkwaardige studenten/immigranten/linkse krakerswijk Lavapies ligt. Op het programma staat een soort van poetry-slam – allemaal verschillende dichters na elkaar. Maar de hoofdact is toch onmiskenbaar een Bask, die gedichten voordraagt terwijl zijn vader hout staat te hakken.

Ja, u leest het goed ‘… terwijl zijn vader hout staat te hakken.’ Hoe dit zo? Het is een fantastisch verhaal. Er leefde eens jonge Bask, wiens vader regionaal kampioen boomzagen was, en dolgraag zijn zoon als opvolger zag. Maar zoonlief had daar geen trek in, was een beetje bang voor al die bijlen en, aldus onze theaterpresentator, schreef in het diepste geheim poëzie op zijn kamertje als zijn vader dit niet zag. Bovendien bleek hij ook nog homoseksueel te zijn. Een drama natuurlijk, zeker omdat er op het platteland (ook in Nederland) helaas wat minder acceptatie hiervoor is dan in de kosmopolitische stad.

Zoon trok zodoende naar Madrid om zich te kunnen storten op zijn passies, weg van het ouderlijk huis. De familieverwijdering was een feit. De ouders wilden zelfs niet op de presentatie van zijn dichtbundel komen, totdat, zo wil het verhaal, de slimme uitgever van de bundel vroeg of vader dan ook niet kon optreden als houthakker. En zo geschiedde, waardoor de familie weer herenigd was. Het werd een succes, en nu toert men gezamenlijk door het land, met dichtbundels, zagen, houtblokken en bijlen in de achterbak.

Daar zitten we dus, in het theatertje. En inderdaad, terwijl de Bask voordraagt over het mooie Baskenland, de bomen in de herfst, trekt pa zijn zaagbroek aan. Samen met ma zaagt hij blokken hout terwijl de gedichten de zaal vullen. Zoon dicht over ‘de sterkte van het platteland, waar er kennis is die bij de ecologistas niet bekend is’. Pa staat intussen op een blok hout en met ferme kreunen en slagen beukt hij zich met de bijl een eind in het hout. Stukken hout vliegen de eerste rij van het publiek in. De stadsmeisjes die daar zitten slaken een gilletje en roepen  ‘jeetje!’.

Prima, zo’n plek op de derde rij…

Maar de climax moet nog komen. Het laatste gedicht gaat over de jeugd van zoon, en dat hij altijd angst had voor het houthakken. Staande op een boomstam, een bijl plantend onder zijn voeten om de stam doormidden te hakken, ‘was hij altijd bang te vallen.’ En jawel, pa reikt nu de bijl aan, heeft het blok volledig geprepareerd, geeft nog een kleine tip waar het beste de laatste slag geplaatst kan worden: de zoon slaat het houtblok doormidden. En grappig genoeg kijkt pa daar trotser bij dan bij alle gedichten die eerder passeren.

Niets mooier in Spanje dan een familiehereniging. Immers, niets belangrijker dan de familie hier. Er worden dan ook wat traantjes weggepinkt, bijvoorbeeld door de dichteres die eerder de middag voor heeft gedragen. En het publiek stort zich achteraf op de stukken hout, die als souvenirs worden meegenomen. Zoveel brandhout ligt hier in de grote stad natuurlijk niet voor het oprapen.

En wij peinzen na: was dit nu een stedelijke grap met deze plattelanders?  Toch niet, de tranen waren echt. En  bovendien vond ik dat houthakken werkelijk een extra dimensie geven aan de gedichten, die ronkend spraken over de dichte wouden en de kracht van het platteland. Ze gingen er meer door leven. Maar dat visioen van de wilde wouden duurt maar kort: het theater uitlopend ervaar je de oude scheidslijn. Weg noeste bomen, eerlijke bijlhouwerij. Plots weer drukke straten, stedelijk rumoer. Twee totaal verschillende werelden, en ze komen nooit bij elkaar.  Behalve eventjes in dit knusse theatertje.

3 gedachten over “Van dik hout…”

  1. Na afloop zeker ook een blok hout laten signeren 😉 en toen trots aan die dichter en zeker aan zijn vader verteld dat jouw achternaam uit speciaal ‘hout’🌳 is gesneden 😃

  2. Dan blijkt maar weer dat er iets moois kan ontstaan wanneer men elkaar in zijn waarde laat en de ander toestaat te laten doen waar deze goed in is, ook al lijkt dat op het eerste gezicht onmogelijk.

  3. Goed verhaal Twan! Er is dus nog hoop voor de Spanjaarden. Het beeld dat ik kreeg over onderlinge rivaliteit tussen de bewoners zoals Maartje beschreef in haar artikel n.a.v. Oro stel jij gelukkig enigszins bij: hoe verschillend ook toch kan er iets moois uit voortkomen. Er is nog hoop dat het goed komt daar bij jullie. Ga zo door.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *