Lunch in Toledo

Toledo! De oude stad vol met geschiedenissen, met vriendelijke mensen, met briljante gidsen (die mij steevast Antonio noemen), met broeierige terrassen en fascinerende Joodse toeristen – op zoek naar hun oude Sefardische roots.

De stad ook waar ooit de drie monotheïstische culturen redelijk gebroederlijk samenleefden, waar de Moren een synagoge bouwden voor de Joden, die later weer een christelijke naam kreeg. De stad waar in de christelijke kathedraal het Joodse woord voor God in de belangrijkste fresco staat geschilderd. De stad waar katholieke koningen en Moorse emirs alle kennis die in die dagen voorhanden was, probeerden samen te ballen ter meerdere eer en glorie van hun imposante rijken.

Een moskee? Nee, de belangrijkste synagoge van Toledo. Rechtsboven echter weer een christelijk kruis.

Toledo, de stad die later in verval raakte. De Joden werden verjaagd, en vluchtten via Portugal naar Marokko, Constantinopel, Amsterdam. Filips de Tweede verhuisde het hof, liet de voormalige hoofdstad achter in een economische crisis, en liet haar langzaam maar zeker wegdommelen in een provinciale slaap, waarin je toch al zo makkelijk wegsoest als het kwik hier de 40 graden overschrijdt. Zoals ik nu. Toledo maakt vriendeljk slaperig. Altijd.

Want in die stad, die ik nu na vele bezoeken tot mijn favorieten reken, zit ik in een kleine bar voor me uit staren, terwijl een groepje zakenmannen met luide stem een bestelling door de zaak laat galmen. Acht cervezas, twee carcamusas*, en nog wat eten dat ik niet meer kan verstaan omdat de ober er tussen loopt. Het is een intrigerend clubje, allen verstrooid aan de bar hangend, de lange Spaanse lunchpauze doorkomend. Twee jonge knapen met een lichtblauw overhemd, een donkerblauwe broek en een das met stippen. Kort haar, een beetje een sullig voorkomen, maar netjes en conformerend genoeg voor het kantoorleven. Ik gok dat het een clubje verkopers of advocaten is. Ze worden aangevoerd door een wat oudere, op Julio Iglesias lijkende heer. Hij is de enige met echte stijl, in zijn okeren broek. Een idem jasje hangt achteloos over zijn schouder. Het gezelschap danst om hem heen – hij is hier de senior, de man die over de promoties gaat. Een man die zijn gladde, met brylcreem doorsmeerde scheiding duidelijk aan de linkerkant gekamd heeft, en terwijl hem wat gevraagd wordt, achteloos de telefoon opneemt, kort spreekt over een ‘attaque frontal’ en dan weer wegdrukt.

Tijd om te gaan, zegt hij, en het gezelschap gaat.

De oude Martinusbrug, vlakbij de Joodse wijk

Het einde van de lunch, en als ik op mijn klok kijk is het alweer een uur later dan ik dacht. Ik maak ook aanstalten.

Er staat een flesje bier voor me. Ik kijk op en de barman zwaait richting een vriend van een vriend, die plots aan de andere kant van de bar is opgedoken. Oké, deze nog. Echt de laatste. We ouwehoeren wat over het toerisme, het drukke hoogseizoen. We lachen en we klagen terwijl het ons ondertussen uitstekend af gaat. Teveel werk, een luxeprobleem hier in Spanje.

Tijd om te gaan, zegt de barman. Het is inmiddels half vijf. De vriend wil betalen. Komt niks van in, zeg ik, ik betaal. Nee, dit is mijn stad, ik betaal, stelt hij. Nee, brom ik nog, want ik heb ook nog wat gegeten… maar iets in zijn priemende blik vertelt me dat de portemonnee dit keer in de zak dient te blijven. Een echt Spaanse en buitengewoon sympathieke gewoonte: ruziën wie de rekening mag betalen. Vanochtend had ik onze gezamenlijke vriend nog even tuk door stiekem twee cafés solo af te rekenen toen hij naar de wc ging. Anders lukt het me vrijwel niet om ook een keer een rondje te betalen – het wordt simpelweg niet, of met hopeloos veel theater en vervelend gedoe geaccepteerd.

Een paar toeristen struikelen over een opstaande putdeksel en wij lopen verder. Tot de volgende kroeg… ach kom Antonio, toe, echt de laatste hier. De zon brandt ondertussen door de luifels heen die hier zijn opgehangen ter verfraaiing en verkoeling. Je zou er bijna dorst van krijgen. Toledo, wat een stad!

 

*Carcamusa is, naast smeedwerk en marsepein, dé specialiteit van Toledo. De beste eet je in Bar Ludeña, wiens eigenaar volgens betrouwbare bron tevens de uitvinder is van dit stoofprutje van varkensvlees (chorizo & ham), erwten en tomaat.

Eén gedachte over “Lunch in Toledo”

  1. Dus voortaan geen oorlogen, terreuracties, vredesmissies of godsdienstige twisten gevolgd door complexe beschouwingen en vredesbesprekingen in luxe vertrekken meer. Gewoon vechten om de rekening van het bier/thee te mogen betalen. Dit is het ei van Columbus. Als je het een keer weet is het gemakkelijk. Vrede alom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.