Ontdekkingsreiziger

Toen ik nog een klein jochie was, keek ik vaak naar een televisieserie op de Belgische zender waar een paar kinderen op weg gingen om Inca-steden te ontdekken.* Ze hadden een medaille waarmee ze een geheime kaart konden activeren, en beleefden natuurlijk al spoorzoekend naar het fameuze El Dorado tal van avonturen. Dat leek me wel wat.

Zoals ik later in de geschiedenisboeken ook geïntrigeerd was door de Nederlandse ontdekkingsreizigers, die helemaal naar Australië voeren. Ze ontdekten het continent, maar vonden het niet interessant genoeg om er werkelijk een dorpje te stichten. In het stripalbum ‘Van nul tot nu’ stond er dan een plaatje bij van een Nederlandse kapitein die een kangoeroe de hand schudde. Een sympathieker beeld dan hetgeen nu in het boek Roofstaat van Ewald Vanvugt oprijst.

De afgelopen weken ben ik veel in Portugal geweest, en zocht daar naar het scheepvaartverleden. Eén van de meest interessante koningen was Joao II. Hoewel zijn voorganger Hendrik ‘de Zeevaarder’ onterecht de eer heeft gekregen, was het Joao die werkelijk ervoor zorgde dat Portugal plots beschikte over de rijkste handelsnetwerken ter wereld.

Zijn plan was ingenieus: hij exploiteerde en domineerde de goudhandel van Ghana door er pre-fab forten naar te verschepen, inclusief bouwlieden en genummerde bakstenen. Met de goudopbrengsten bekostigde hij scheepvaartmissies, die vervolgens de Kaap de Goede Hoop rondden. Tegelijkertijd stuurde hij Pêro da Covilhã als meesterspion naar Caïro. Pêro monsterde stiekem aan bij Arabische karavanen en schepen, en bracht tassenvol scheepsroutes van de Kaap naar het specerijrijke India aan.** De rest is geschiedenis: Vasco da Gama sloot de eerste handelsovereenkomst en de ladingen kruiden, en daarmee het handelsgoud, kwamen Portugal binnen. Dat waren nog eens tijden: to boldly go where no man has gone before!

Onterecht gelauterd tijdens de autoritaire Salazarjaren: Hendrik de Zeevaarder

Maar mijmerend komt dan het moment dat je beseft dat min of meer de hele wereld al ontdekt is. Er is geen enkele plek meer op de kaart te vinden met een groot wit vlak, daarop groot ‘Terra Incognita’ geschreven. En zodoende sluit je op alle grootse en beroemde plekken aan in de rij van toeristen, die ook liever hier in hun eentje en bovendien als eerste waren geweest.

Maar nooit overal. Laatst raakte ik met een huurauto ergens in het noorden van Portugal min of meer de weg kwijt. Vervolgens ben ik maar één of andere route gaan volgen die gewijd was aan Romaanse bouwkunst. Halverwege een vallei stuit ik op een verlaten plek. Ooit waren er wat parkeerplekken en wat borden aangelegd, maar nu is er niemand. Als ik verder loop, volg ik een kleine brug en sta plots voor een oud Benedictijner klooster. Er staat een typisch ANWB-achtig bordje voor met veel letters en weinig informatie. Het blijkt Monsteiro de Pombeiro te heten en het staat hier al sinds de 11e eeuw.

Samen met het klooster, alleen op de wereld

Een verstild monument. Alleen ik, krekels, een hond in de verte en wat vogels. De wijnranken die hier ooit zijn aangeplant, zien er weinig onderhouden uit, de honingraten verkruimelen. Je ruikt verse kruiden, en dat komt omdat de munt langzaam maar zeker het gebouw overwoekert. Het gebouw zelf is dicht. Er was ooit een balie en een plat kartonnen ridderbeeld waarin kinderen hun hoofd kunnen steken, maar dat ziet er ook vrij stoffig uit. De grote fontein bij enkele ruïnebogen staat droog. Alles is op slot. Hier heerst de rust van een visvijver: een eenzame plek waar de populieren langzaam heen en weer deinen en verder is er helemaal niets.

De stilte

Helemaal niets? Plots staat er een Fransman voor mijn neus. Ik lieg niet: inclusief alpinopet en coltrui. Alleen dat malle baardje ontbreekt om er een Ilja Gort van te maken. In het Frans (uiteraard, want iedereen ter wereld spreekt toch Frans, nietwaar) vraagt hij of hij hier zijn camper neer mag zetten. Ik antwoord dat ik daar geen problemen mee heb, dat ik dat zelfs goed vind. Hij antwoordt met een ‘merci’, en is even snel weer verdwenen als hij gekomen was.

En dan dus weer alleen. Met mijn ontdekking. De plek waarvan ik even het gevoel had alsof ik, de bordjes, de parkeerplaatsen en zelfs die Franse snoeshaan buiten beschouwing latende, hier de eerste en enige reiziger was in jaren die deze plek uit zijn vergetelheid trok. Cees Nooteboom verwoordde het eens zo: ‘Dit zijn die vreemde middagen waarop je iets ontdekt. Omdat je je leven zo raar gemaakt hebt dat het een ander leven is dan dat van andere mensen, zie je iets wat zij die middag niet zien. Niet iets wat er nog niet was, het was er altijd al, maar er moet een oude man aan te pas komen, en grote sleutels, en je ziet het alleen, je hebt het gevoel dat je beloond wordt omdat je daar alleen bent, omdat je eigenaardigheid je ertoe gebracht heeft op die verkeerde, jammerlijke, door regen en wind gestrafte dag in dat vergeten dorp te zijn, daarom mag jij vandaag, en niet iemand anders, iets tussen de tanden van de tijd vandaan trekken.’***

Toegegeven, bij mij was het prachtig weer. Er waren oude mannen, noch sleutels. Maar toch had ik kort dat vitale gevoel van de ontdekkingsreiziger. Dat je iets hebt gevonden dat bijzonder is, en dat je de enige bent.

Misschien kunnen we in deze tijden geen wereldlijke ontdekkingsreizigers meer zijn. Daarvoor zijn alle kaarten al te zeer ingetekend. Maar wellicht kunnen we, als we af en toe bewust de weg kwijtraken, wel ons voordoen als ontdekkingsreizigers in de tijd: door plekken terug te vinden die al door iedereen vergeten zijn.

U ziet hier de ontdekkingsreiziger himself, staande op zijn tiny landje, waar deze brave man overigens momenteel niet woont, zoals u weet…

* Al jaren heb ik soms flarden van deze serie in mijn hoofd, zonder de naam te weten. Na lang speuren bleek het de Japans/Franse animatiereeks Les Mystérieuses Cités d’or te zijn.

** Joao stuurt Pêro na dit succes op een nieuwe missie: hij moet het rijk van de legendarische priesterkoning Johannes vinden. Uiteindelijk ontdekt Pêro een soort van koninkrijk in Ethiopië, maar vindt het wel welletjes met dit soort koninklijke opdrachten en installeert zich aan het hof in een luxueus landhuis met talloze vrouwen en bedienden. Een fascinerend verhaal, zie ook: Martin Page, The first global village (2002)

*** Cees Nooteboom, De omweg naar Santiago (1992), p. 148

 

 

 

 

2 gedachten over “Ontdekkingsreiziger”

  1. Hoera Twan een nieuwe blog! Ik miste je al, en van de briefwisseling komt ook al niet veel meer terecht. Zijn het de posterijen die het laten afweten, of…? Leuke plek om te mijmeren heb je ontdekt, waarom zou het ooit uit reisgidsen en tourbusroutes verdwenen zijn? En maakt het dat nu juist meer of minder bijzonder?

  2. Ik denk dat er in Ethiopië ook nog veel ontdekkingen te doen zijn, waarschijnlijk zelfs zonder toeristenmassa’s. Ondergetekende gaat dat in ieder geval graag (met jullie!) ontdekken. 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *