De Chinezen komen

Eerst dacht ik dat het toeval was, zoveel Chinezen die hier in Madrid een cursus volgen. Een groepje dat toevallig zich samen opgegeven had. Maar week na week stroomden er meer Chinezen het talenschooltje in, tot ze ongeveer de helft van de populatie uitmaakten.

Sinds ik in Spanje woon, val ik -als werk het toelaat- zo af en toe één of twee weken de talenschool binnen om mijn Spaans naar een gevorderd niveau te brengen. Ik heb dus inmiddels in al heel wat klasjes gezeten, en het aantal Chinezen groeit gestaag.

De eerste die ik tegenkwam heette Pablo. Of beter gezegd, hij heette eigenlijk Xiaodi Su, maar aangezien niemand dat scheen te onthouden, besliste de leraar dat hij vanaf dat moment ‘Pablo’ heette. Hij glimlachte, vond het prima, en proefde zijn nieuwe naam in zijn mond. Pablo, eigenlijk niet zo slecht. Het grappige was: hij stelde zich daarna ook voor als Pablo, ook buiten de school, en zelfs met Chinese vrienden bleef hij vaak Pablo.

Pablo was één van de meer spraakzame Chinezen. Hij vroeg altijd hoe het ging, en als je zei dat het goed ging, en je dat aan hem vroeg, dan ging het ook goed met hem, knikte hij en stak vervolgens een klein sigaretje op. Hij ging ook mee naar de koffiebar.

Veel andere Chinezen die ik heb leren kennen, zijn buitengewoon onmededeelzaam, vooral over hun privéleven. Hun jeugd, hun ouders, wie hun lessen betaalt, vrijwel niemand die het wil vertellen. Als er een conversatieonderwerp verzonnen moet worden, vlucht men vaak naar de categorie ‘Chinees eten’. Ik weet nu veel van Chinees eten.

Het heeft ook consequenties voor de lessen. Modern onderwijs is gericht op participatie, maar dat valt met Chinezen niet altijd mee. Op een uitbundige jonge vrouw uit Sjanghai na ‘die model is’, zijn met name de meisjes ronduit bedeesd. Uit zichzelf spreken is er niet bij, je moet ze echt aanspreken en dan proberen ze met zo min mogelijk woorden het gevraagde op te lepelen. Wat vervolgens buitengewoon goed gaat, want de grammatica kennen ze van buiten.

Het is een verschil in onderwijsmethode: in het Westen houden we van interactie en lekker ouwehoeren, maar niet van hard studeren. In China vice versa. De Europeanen komen een weekje langs, de Chinezen zitten hier week in week uit.

Mijn laatste klasje bestond (op een Litouwse na die opmerkelijk weinig acte de présence gaf) de eerste week volledig uit Chinezen. In de pauze gingen de noedelsbakken open, brak een Chinees gekeuvel uit, en hobbelde ik maar op mijn dooie akkertje naar de koffiebar op de hoek om de muffe bamilucht te ontwijken.

De tweede week voegde Dick, mijn 70-jarige Amerikaanse klasgenoot, zich bij mij. Hij verwonderde zich net als ik over de Chinese invasie, en telde 3 keer zoveel Chinezen als Amerikanen op de schoollijsten. Hij was ietwat bezorgd: ‘Wat komen al die Chinezen hier doen?’

Na het behalen van het B1-niveau: de Chinezen, ik, Dick en lerares Nuria

Goeddeels zijn er twee groepen studenten: zij die de Spaanse taal bestuderen (op de universiteit, om later in de Spaans-Latino-Chinese handel te werken) en bedrijfskundestudenten die hun master op de Madrileense universiteit willen halen (en zodoende Spaans dienen te beheersen). Enorme groepen dus, en de Europeanen of Amerikanen steken er schril bij af. Is het een voorbode van de 21e-eeuwse verschuivingen, waar we langzaam maar zeker worden ingehaald door Azië? Waar wel grootschalig in onderwijs en ontwikkeling wordt geïnvesteerd?

Toch zijn deze leergierige, door Chinese ouders en overheid gezonden jongeren maar één kant van de Chinese medaille. De andere kant vind je in elk straatje in Madrid: de Chinezen die niet hier kennis komen opdoen om die in China weer in te zetten, maar hier simpelweg hard werken. De ‘Chino’s’: allemaal uitbaters van kleine kruidenierswinkeltjes die twee centrale kenmerken hebben: ze zijn altijd open en ze hebben ondanks hun kleine vloeroppervlak alles (jawel, bijvoorbeeld ook een zeefje dat ik nodig had voor in een afvoerputje, dat tussen lepels en twee pakken noedels lag).

Ook hier wordt weinig gezegd. Klantenservice bestaat niet echt, zeker als je het vergelijkt met de uitbundige Spaanse middenstand. De uitbater mompelt de prijs, en that’s it. Het maakt niet uit. Je komt hier omdat hij op dit moment de enige is die het product heeft, en beide partijen weten dat. Niemand die in Spanje zoveel uren maken als de Chino’s.

Chinese parafanalia in de Chino

Ook deze groep van Chinezen is tegenwoordig in Spanje erg groot. Zo groot zelfs dat de overheid af en toe sociale programma’s opzet voor integratie. Mijn vriend Luis werkte eens voor zo’n programma: ze hadden speciaal iemand ingezet die standaard-Mandarijn sprak. Wat bleek, niemand kon hem verstaan, want alle Chino’s kwamen uit dezelfde verre streek met een onbekend dialect. Dokters hebben hier soms twee tolken nodig: één van het Engels of Spaans naar het Mandarijn, en één van het Mandarijn naar een Chinees dialect.

Het geldt ook voor de talencursus. Waar wij één groep Chinezen zien, blijken al mijn klasgenoten uit allerlei verschillende streken te komen en vinden ze elkaar allemaal erg verschillend. Terwijl wij één grote blur, ja zelfs een halve invasie zien.

En toch, het geeft te denken: een zichtbaar teken dat Europa vergeleken met het enorme Azië met haar immense bevolking een gewild, maar niettemin steeds kleiner plekje inneemt in de wereldrangorde. Wij spreken geen Chinees, spreken vaak ook geen Spaans. Zij wel. Onze scholieren vieren tussenjaren in Australische kroegen, zij bestuderen stilzwijgend een jaar lang elke dag de Spaanse taal. Discipline en vlijt, want alleen al een Westerse taal leren kost hen evenveel moeite als een Europeaan die de 12.000 Chinese karakters wil kennen.

Dus wordt er gewerkt, gestudeerd, er worden in China plannen gemaakt en flink geïnvesteerd in de toekomst. Er komt over niet al te lange tijd een generatie Chinese Pablo’s aan die op allerlei vlakken veel meer in haar mars heeft dan wij.

2 gedachten over “De Chinezen komen”

  1. Trots met een onvervalst Spaans diploma, b1 maar liefst. Van harte gefeliciteerd. En blijf die Chinezen wel voor, alsjeblieft.

    1. Dank, maar… tja, dat is nu het hele punt. Ik als laffe Europeaan ben de afgelopen twee weken weer gaan werken, en de Chinezen…. die gingen natuurlijk braaf verder en zijn waarschijnlijk al weer ergens ver in cursus B2!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *