De broedertwist

‘Ik sprak eens een Nederlander in Amsterdam in het Duits aan, omdat mijn Duits heel goed is, en ik me zo beter verstaanbaar kon maken, maar iets in zijn blik zei me dat dit niet zo’n goed idee was’. Onze Portugese hotelmedewerker João grinnikt terwijl we het hebben over de relatie tussen de Portugezen en de Spanjaarden, waarmee hij maar even zijn punt gemaakt wil hebben: beter niet zomaar Spaans spreken tegen Portugezen. Want de Spanjaarden, dat zijn natuurlijk echt andere mensen.

Toen ik eens wat bijvakken deed bij de onvolprezen Nijmeegse universitaire antropologie-afdeling, werd mij ingeprent dat je volkeren niet mag vergelijken. Immers, volkeren bestaan uit individuen, met elk hun eigen voorkeuren, hun eigen identiteiten, hun eigen tradities. Uiteindelijk kwam het er op neer dat we voor een sympathiek aantal studiepunten alleen het familiepatroon van twee Egyptische stammen bestudeerden en de gendercultuur binnen een paar afgesplitste zigeunergroepen in Spanje. Niet dat je daar dan verder iets uit kon concluderen op macroniveau, immers, generaliseren: dat was uit den boze. ‘De Spanjaard’, ‘de Portugees’: ze zouden niet bestaan en dus al helemaal niet te vergelijken zijn. Een conclusie die alle borrelpraat doodslaat. Tijd voor wat veldwerk dus. En waar kun je dat beter doen dan in de kroeg?

In de Spaanse kroeg is het altijd wat rumoerig. Bij ons in Madrid heb je kroegen met witte tegels en tl-buizen, de kosmopolitische thee- en koffiebarretjes die in elk land langzaamaan hetzelfde worden, echte sherry- en wijnbarren waar fototoestellen verboden zijn. Maar één ding hebben ze gemeen: er is voortdurend gebabbel, gepraat, geschreeuw als er hier en daar een discussie ontvlamt, barmannen die lopen te dollen met elkaar, of roepen dat er een nieuw fust moet worden aangesloten, kortom: herrie.

Hoe anders als ik een klein cafeetje in de havenwijken van Lissabon binnenloop. Havenkroegen, je verwacht wat: matrozen, boekaniers, ‘waar de zeeman verzuipt, vol bier en van gram, als de morgen ontluikt,’ zoals Acda & De Munnik eens het liedje van Jacques Brel vertaalden. Maar deze ontluikende morgen niets dan stilte. Ik bestel een espresso en ga aan het tafeltje zitten. Op één meter van me vandaan zit een oude man die voorovergebogen een stapeltje voetbaltoto’s invult. Het zijn er minstens honderd. Een andere man komt binnen, knikt een keer. Een klein groezelig vrouwtje eet een broodje en alle kruimels vallen op haar jas. Als ze betaalt, houdt ze een vijf eurobiljet pontificaal vooruit en kijkt er met een triest blik naar alsof ze voorgoed afstand moet doen van een dierbaar erfstuk. Een paar woorden worden gesproken met de twee dametjes achter de bar die gedurende een half uur al niets tegen elkaar of andere gasten hebben gezegd, maar wel vier keer de bar hebben afgenomen. ‘Goedemorgen, dank u, dag’. Niets meer. Ieder gaat weer zijns weegs, en de stilte valt weer in. Enkele vliegen maken een rondje boven de tafel. Ook zij zoemen niet.

Havens van Belem, buitengebied van Lissabon

Okay, toegegeven, het is één waarneming. Een andere dan. Ik zit in de trein naar Aveiro, een Portugees kustplaatsje. Nu is de trein in Spanje ook niet perse één grote disco, maar toch, ook zeker geen begrafenis. Zoals in deze Portugese trein waar gedurende een uur niemand lacht. De Portugezen zijn stil, een beetje bedrukt, misschien ook te beleefd en ingetogen om herrie te maken. Totdat er plots een luid gelach uitbreekt. Zou het dan toch? Nee, het zijn drie Italianen.

In Porto, waar de regen zachtjes neerdaalt, is alle goedgeluimdheid ver te zoeken. Tot we een paar lachende meisjes ontmoeten. Spanjaarden. ‘s-Avonds maken we nog een kleine wandeling. Enkele Portugezen praten zachtjes in hun portiek. Een stukje verderop een luidruchtig geanimeerd groepje. Spanjaarden. Het moge duidelijk zijn, als er wat rumoerig gelach en gezelligheid te bespeuren is, zijn het altijd Spanjaarden en een paar Italianen die op vakantie zijn. De Portugezen zijn stilletjes, wat zwaar op de hand. Of zoals Gerrit Komrij schreef over zijn tweede vaderland: ‘hier lacht men huilend’.

Gezellige herrie in Porto? Spanjaarden!

Zo is het ook in de politiek. Spanje en Portugal hadden het beide zwaar in de crisis. In beide landen volgden al dan niet door het IMF aangestuurde of ‘sterk aanbevolen’ austerity-maatregelen. Waar de Spaanse regering van Rajoy pleinenvol met demonstranten te verduren kreeg, bleef het in Portugal grotendeels stil. Men vertolkte de woede, of beter gezegd de stille teleurstelling, liever in een lied of vertrok naar het buitenland. Portugezen zijn over het algemeen ontegenzeggelijk rustiger dan Spanjaarden.

Stil straatje in Porto, de bewoners converseren zachtjes

Ze vinden zichzelf ook heel verschillend. Althans, vooral de Portugezen. Eén en ander heeft te maken met een vervelende overheersing, een flinke tijd terug. Nadat een jonge Portugese koning Sebastiaan in de 16e eeuw zo onhandig was kinderloos in de pan te worden gehakt in Marokko, bedacht de Spaanse koning Filips II dat dit wel een goede kans was om zijn enorme rijk nog eens wat groter te maken. Hij was immers de zoon van een Portugese prinses, en huwde de eerste van de vier malen met een Portugese. Het resulteerde in een zestigjarige bezetting, die nadat Portugal een 28 jaar durende oorlog won, in een hernieuwde Portugese onafhankelijkheid eindigde.

Standbeeld ter nagedachtenis aan de hernieuwde onafhankelijkheid van 1640.

Maar toch, ondanks alle overeenkomsten die de landen en de volkeren hebben, het zit de Portugezen nog steeds niet helemaal lekker. Zoals João het spreekwoord aanhaalt: ‘De Espanha, nem bom vento, nem bom casamento’. Oftewel, ‘Spanje, noch een goede wind, noch een goed huwelijk.’ Het slaat op zowel de wind, die harder en vooral droger is, en vanuit de zuidelijke woestijn via Spanje Portugal binnenraast, als op de periode waarin de Spanjaarden de Portugezen onder de duim hadden. Kortom, beter niet zomaar in het Spaans beginnen in Portugal.

En de Spanjaarden? Ik heb ze nog nooit over Portugal gehoord. Het is een beetje als Rotterdam versus Amsterdam. Voor de onderliggende partij een rivaliteit die de gedachten beheerst, voor de bovenliggende partij iets waar je simpelweg nooit over nadenkt.

Binnenstad van Lissabon

 

 

 

3 gedachten over “De broedertwist”

  1. Och, waren ónze Portugese buren maar zo ingetogen…
    Grappige waarneming! Het is mij eerder opgevallen: de laatste keer dat ik in korte tijd tussen Spanje en Portugal reisde, won Spanje net het WK. Het was er toen een stuk rumoeriger dan in Portugal…
    En die eeuwige obsessie van 020 met Rotterdam, dat zou eens moeten stoppen, inderdaad 😉

  2. Prachtige foto’s Twan … heel apart vind ik de donkere steegjes met mysterieus licht!!
    Wat een groot verschil tussen Spanjaarden en Portugezen. Wellicht ook wel prettig om zo de rust van dit volk/land te ervaren. Binnenkort hoop ik ook te horen of het landschap (binnenland, kust, stad, dorpjes, cultuur etc.) hetzelfde of veel anders is dan in Spanje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *