Naar de wieg van Spanje

Diep in de bergen van Picos de Europa ligt een wandelpad verscholen dat naar de wieg van Spanje leidt: de Ruta de la Reconquista. Het prille begin van Spanje, wie wil dat niet ontdekken? En zo trokken we over woeste hoge bergen en door diepe dalen, langs kloven en door mistbanken, op zoek naar de welhaast mythische koning Pelayo, de stichter van het Spanje avant la lettre.

Dwars door de Picos de Europa: de Ruta de la Reconquista

Asturias, als provincie een grote onbekende. Ik associeerde het tot op heden vooral met melk, omdat er op elk pak melk een vrolijk stel koeien staat in een fris groen Asturisch weitje. Een soort Friesland van Spanje dus. Het is een ideale plek voor Madrilenen als wij om de zomer door te brengen, omdat het in ‘het hoge noorden’ een stuk minder warm is dan in het hart van Spanje. En we wilden wel eens een kijkje nemen in het noorden.

Het betere klauteren
Het betere klauteren

In ons Madrileens reisboekenwinkeltje vonden we in een klein wandelboekje een tocht genaamd ‘de Ruta de la Reconquista’ (de Route van de Herovering). Deze voert dwars door de Picos de Europa, een berggebied dat in de regio’s Asturias, Cantabrië en het noorden van Castilla y Leon ligt. De Picos zijn niet heel bekend in Nederland: het is voorbij de Pyreneeën, die volgens de Spanjaarden met wie we het erover hebben groener zijn dan de Picos: ‘De Picos, dat is voor als je echt van steile bergen houdt’. Klinkt goed, en ‘de Ruta de la Reconquista’ – daar moet een geschiedenis achter zitten.

In de sneeuw in de Picos
In de sneeuw in de Picos

De Ruta de la Reconquista, oftewel de GR-202, is een soort huttentocht, waar je van dorp, naar hut, naar dorp loopt. Voor wie niet het risico wil lopen dat er geen plaats meer is in de hut, is het aan te bevelen bijtijds te reserveren. Dit gaat makkelijk per mail of per telefoon. Wij vonden geen goede buslijn tussen het begin- en eindpunt (Covadonga en Cosgaya). Zodoende hebben we de tocht ook iets aangepast aan onze omstandigheden, en er een rondje van gemaakt. De tocht is er alleen maar leuker van geworden, omdat we eerst drie dagen naar het ‘officiële’ startpunt Covadonga liepen, dwars door het hoogste stuk van het gebergte. Niet te missen, in beide betekenissen van het woord.

Steenbokken in de sneeuw en de warmte van een hut

Fuente Dé, het startpunt voor dagjesmensen die met een kleine kabelbaan meteen het hoge gebergte in willen. Maar ook voor ons, met onze met voedsel, kaarten en water volgeladen backpacks. Om half negen staan we braaf te wachten, voor een dan al flinke rij voor de kleine cabines die 800 meter omhoog gaan. Eenmaal boven ontvouwt zich een spektakel: grijze steile hellingen, met stenen in vreemde vormen, her en der een geit, alles afgezet tegen een strakblauwe hemel.

Stenige steile paden; 'zoek de rode bollen'...
Stenige steile paden; ‘zoek de rode bollen’…

Wij lopen via refugio Cabaña Verónica naar bergketen onder Torre Blanca (Witte Toren), die zijn naam eer aan doet. Waar in Madrid in augustus het kwik steevast rond de 40 graden ligt, banjeren we hier nog doodleuk door de sneeuw, speurend naar onze route. ‘Zoek de rode bollen, en vraag het anders aan alle andere wandelaars’, lacht de ogenschijnlijke huttenbaas bij Verónica ons toe. Puik plan, maar, alle wandelaars, uhm, waar? Wij zijn eenzaam en alleen, alle andere wandelaars hebben we achter ons gelaten en we zullen niemand meer zien tot we ons eerste eindstation refugio Collado Jermoso naderen.

Een onwaarschijnlijke tocht. We zien steenbokken speels draven, rollen en rusten in de sneeuw. Gieren cirkelen boven ons hoofd, hopend dat zo’n spelend steenbok dartelend maar dwaas de klif in glijdt.

Ree spelend in de sneeuw.
Steenbok spelend in de sneeuw.

De paden zijn woest en steil, de beenspieren staan strak. Hoewel de officiële Reconquista nog moet beginnen, merk ik dat ik allereerst mijn conditie moet heroveren. Ik ben dan ook blij als onze hut tussen het bergachtig geweld aan de horizon verschijnt. Dampende pasta, aardappelpuree met varkenslappen, en geanimeerd Spaans wandelaarsgebabbel aan een grote stamtisch wacht ons. We discussiëren met een Française en een Spaanse over hoe je ‘kommetje’ vertaalt. De Spaanse verzucht dat ze het vast in alle verschillende al dan niet autonome regio’s van Spanje anders noemen. Maar in de bergen tellen die verschillen niet. Op de muur achter haar staat de hut-slogan: ‘De bergen zijn ons vaderland, verder zijn er geen grenzen, behalve de lucht want die kent geen grenzen’.

De volgende dagen – van refugio Collado Jermoso naar Caín, en van Caín naar Los Lagos – kenmerken zich door steilheid. Via een welhaast verticaal pad zakken we af naar een kloof die zich heeft gevormd via de Rio Cares. Het voordeel van deze kloof: hij is prachtig. Er hangt een grauwe mist, die alles een beetje spookachtig en mystiek maakt. Het nadeel: hij is allejezussteil en het begint licht te regenen. Buiten adem komen we 4 uur later boven met een zacht geklingel uit een nevelige waas. Plots doemen de befaamde Asturische koeien op als schimmen in de mist. Moe, nat, verkleumd, en godzijdank daar is de refugio Vega de Ario, waar twee ecohippies met zelfgebreide truien een warm bord vermicellisoep voor me neerzetten. Slogan van deze hut, even toepasselijk: ‘Als je de zon van binnen met je meedraagt, geeft het niet als het buiten regent’.

En plots sta je voor een koe.
En plots sta je voor een koe.

Pelayo, de eerste Spaanse koning?

Herovering van de warmte, herovering van de energie, herovering van je goede humeur – allemaal goed en wel, maar ondertussen nog geen enkel teken van de echte reconquista gezien. Tot Covadonga, het innemende pelgrimsstadje te midden van de groene bergen. Vooral katholiek Spanje komt hier in groten getale naartoe, maar ook buitenlandse katholieken tot Cuba en Mexico toe bezingen de lof voor dit heilige oord. De Poolse paus Johannes Paulus II vond Covadonga ‘één van de hoekstenen van een christelijk Europa’. Vanwaar deze belangstelling?

Het heeft alles te maken met de zogenaamde slag bij Covadonga in 722, tussen Moorse en Asturische legers. De historische beschouwingen verschillen hierover, evenals de cijfers van strijders en het belang als zogenaamd keerpunt in de Spaanse geschiedenis. Sommige beweren dat dit het begin van Spanje is. Onder het standbeeld van koning Pelayo in Covadonga staat trots dat ‘deze berg de redding’ was van Spanje. Rik Zaal stelt droog in zijn reisgids dat het om een afgesplitst groepje ging van de islamitische legerschare die in 732 bij Poitiers door Karel Martel zou worden verslagen.

Het aardigste vind ik zelf een legende. Een Visigotische edelman, genaamd Pelayo, zou gekozen zijn als leider van de Asturiërs, terwijl de Moren inmiddels dit gebied als het hunne beschouwden. Ze stuurden een enorme legermacht van wel 187.000 strijders. Pelayo en zijn clubje van 300 strijders verborgen zich in een grot, waar Maria verscheen.

De verering van Maria en het heilige kruis in de kerk van Covadonga
De verering van Maria en het heilige kruis in de kerk van Covadonga

‘En omdat de Heer geen speren telt maar de victorie schenkt aan wie hij wil, sloegen de [Moren] op de vlucht toen de Asturiërs de grot uitkwamen om te vechten. 124.000 werden gedood. De 63.000 overlevenden beklommen de berg (…) maar zij konden niet ontsnappen aan de wraak van de Heer’.* Nee, inderdaad niet. Pelayo hief een kruis, dat in replica’s in Covadonga en Cangas de Onís te zien is, en het zogenaamde origineel in Oviedo. Daarna zette hij met allerlei toegesnelde lokale Asturiërs de achtervolging in en joeg hij de moslims door de bergen. Die moeten een heel pad hebben uitgesleten, want jawel: dit is de Ruta de la Reconquista die wij nu lopen.

In het moorse spoor

Nu zullen een woedende Pelayo, met in zijn kielzog een vurige Maria niet per se veel ontspanning hebben gegeven, maar ergens hoop je toch dat deze Moorse strijders ook een beetje van het landschap hebben kunnen genieten. Want dat is afwisselend, en mooi. Grootse valleien vol (wilde?) paarden en koeien, groene heuvelruggen, verlaten dorpjes en stallen in the middle of nowhere. We lopen van Covadonga naar Los Lagos (twee idyllische meertjes niet ver van Covadonga) over de GR-202 met over de roodwitte gevlagde paden. Die zijn soms modderig maar over het algemeen behoorlijk toegankelijk en bovenal veilig. Aangezien de vlaggenschilder zich niet echt in het zweet gewerkt heeft, loont het om een kaart te kopen om zo af en toe te checken hoe je dient te lopen. Een goede conditie en stevig schoeisel is vereist, met name op de ellenlange haarspeldbochten op de dag van Los Lagos naar Poncebos.

Die brengen ons weer terug naar de kloof van de Rio Cares. Terug naar de geciviliseerde wereld. Want behalve een hond, de eenzame herder die luid blaffend ons op afstand probeert te houden van zijn kudde schapen, is er in de verre omtrek niemand te zien. In de kloof zijn er weer veel dagjesmensen, die een tocht maken op de mooie paden die tussen Poncebos naar Caín lopen.

De eenzame herder
De eenzame herder, tevergeefs blaffend.

De laatste etappes gaan van Poncebos naar Sotres, en vervolgens naar Cosgaya. Deze zijn makkelijker dan de eerste vijf dagen. Je komt er langs het pittoreske ‘dorpje zonder weg’, Bulnes, waar alleen een treintje en wat wandelpaden langskomen. Langs kleine kerkjes en smalle beekjes. Totdat we uiteindelijk Cosgaya aankomen. Plots houdt de route op, bij een speeltuintje waar een paar jochies de schommel als goal gebruiken. Pelayo staat twee meter verderop en houdt treurig de wacht tussen een aftands hekje, de wip en wat elektriciteitsmasten. Een hond ligt in de fontein onder het hek. Niets herinnert er aan dat de laatste moren hier zijn ingerekend, behalve een informatiebord en de door vuilnisbakken ingesloten koning.

Totaal uitgeput eindigen in een speeltuintje met een Pelayobeeld.
Totaal uitgeput eindigen in een speeltuintje met een Pelayobeeld.

Ze moeten een bizarre tocht achter de rug hebben. Voor ons is de Ruta de la Reconquista een redelijk zwaar maar wel mooi pad. In de vroege middeleeuwen moet het hels zijn geweest, zeker met bepakking vol wapens en buit. Het is onvoorstelbaar hoe de legers door deze kloof en over deze bergen achter elkaar aan hebben gezeten.

Tijdens een serie haarspeldbochten worden we achtervolg door een kudde geiten.
Tijdens een serie haarspeldbochten worden we achtervolgd door een kudde geiten.

Genoeg gesneuvelden door een misstap of een lelijke val, zou je denken. De legende verhaalt dat ‘toen zij de top van de berg, gelegen naast de rivier Deva, hadden bereikt, begon door een Godsoordeel de berg te schudden op zijn grondvesten waardoor de 63.000 mannen in de rivier vielen en zij allen werden verpletterd’.*

Nu ligt de Deva wel iets oostelijker dan ons pad, maar goed, de strekking is duidelijk: van de Moren werd nimmer wat gehoord in deze contreien. Asturias werd een van de eerste stukjes op het Iberische schiereiland waar de christenen het weer voor het zeggen hadden. Hoewel de hele reconquista niet gezien moet worden als een geleidelijke herovering maar als een grillig patroon van soms vrede, soms oorlog en soms de vreemdste allianties tussen Moren en christenen, was de slag bij Covadonga de start. De reconquista zou nog tot 1492 duren, en eindigen met de val van Granada.

Maar het begon allemaal hier. Op deze onontdekte en enerverende Ruta de la Reconquista. De wieg van Spanje. Want niet voor niets luidt een Asturisch gezegde ‘Asturias es España y lo demás, tierra conquistada . Vrij vertaald: Asturias is Spanje en de rest, het veroverd grondgebied.

 

* Vertaling van de legende uit: Fagel/Storm, Het land van Don Quichot. De Spanjaarden en hun geschiedenis (2011), 46-47.

Meer informatie:

  • Een handig startpunt is de camping El Redondo bij Fuente Dé. In tegenstelling tot wat Bert Loorbach in zijn boek schrijft is dit absoluut geen rustieke camping en sta je tent aan tent, maar de ligging als startpunt is ideaal. +34 942736699; info@campingfuentede.com
  • Aan te bevelen kaarten: liefst de meest gedetailleerde (heb je soms wel nodig) van Prames, Picos de Europa; Zona norte, Zona sur en Macizo Central. ISBN: 978-84-8321-354-4, 978-84-8321-356-8 en 978-84-8321-355-1
  • Prima overzicht van alle officiële etappes: Rothergids Picos de Europa

Dagoverzicht:

  • Dag 1: Fuente Dé – Refugio Collado Jermoso. ca. 11 km., 500 m. klimmen, 250 m. dalen. Leukste hut die we zijn tegengekomen. +34 636998727; refugio@colladojermoso.com. Reserveringen via de website.
  • Dag 2: Refugio Collado Jermoso – Caín. 10,6 km. zeer weinig klimmen, 1600 m. dalen. Uitstekende lunch in Pension El Tombo in Cordiñanes de Valdeón. In Caín zijn meerdere hotels. Wij sliepen in Albergue El diablo de la peña. Niet een heel bijzondere plek.
  • Dag 3: Caín – Los Lagos (overnachting in Covadonga). 12,9 km., 1256 m. klimmen, 530 m. dalen. Lunchmogelijkheden in Refugio Vega de Ario  midden in de bergen. Vanuit Los Lagos gaan er bussen voor ca. €3,- naar Covadonga. Een goed en buitengewoon gastvrij slaapadres met prima ontbijt is Casa Asprón, +34 985846092.
  • Dag 4: Covadonga – Los Lagos. Overnachting in Refugio Lago Enol. 13 km., 990 m. klimmen, 160 m. dalen. +34 630451475. Prima adres, zorg dat je boeking goed doorkomt.
  • Dag 5: Los Lagos – Poncebos. 20 km., 630 m. klimmen, 1480 m. dalen. In Poncebos zijn ook weer meer opties. Wij sliepen in Hostal Poncebos, via booking.com of +34 985846447. Een doorsnee hotel dat wel mooi gelegen is aan een riviertje met een oude elektriciteitscentrale.
  • Dag 6: Poncebos – Sotres. 14 km., 1150 m. klimmen, 320 m. dalen. Prima lunchmogelijkheden in de drie a vier leuke restaurantjes in het gezellige Bulnes. Ook in Sotres zijn meerdere hotels. Wij kunnen Hotel Rural Casa Cipriano aanbevelen. Indrukwekkende foto’s van bergsporters en poolreizigers aan de muur. +34 985945024
  • Dag 7: Sotres – Cosgaya. 25 km., 710 m. klimmen, 1260 m. dalen. Lunchmogelijkheden in Espinama. Hierna volgt nog een vervelend lang stuk naar Cosgaya zonder veel te zien. Busvervoer in Cosgaya moeizaam want maar enkele malen per dag. Wij zijn gelift naar Fuente Dé, met overnachting op de camping.

6 gedachten over “Naar de wieg van Spanje”

  1. Een pittige voettocht (als ik dit zo lees) … wéér een klim-ervaring rijker.
    Prachtig verhaal Twan, past prima in een échte reisgids!! Ook mooie foto’s toegevoegd!

    Én … je bent toch niet bang om achtervolgd te worden door wat geitjes.
    NB Je had vroeger zelf een zwart geitje wat je ‘Stalin’ noemde 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.