¡Cervantisimo!

In Nederland is het de meeste mensen vast ontgaan, maar hier zal je dat niet gebeuren: 2016 is Cervantesjaar! Precies 400 jaar geleden is de schrijver Miguel de Cervantes overleden, en dat zal je weten. Overal waar we komen, duiken plots de befaamde Don Quichot en zijn schildknaap Sancho Panza op. 

Nu is Cervantes niet zo maar een schrijver. Het is min of meer ‘de Schrijver des Vaderlands’, de man die Spanje zijn identiteit teruggaf. Althans, dat wordt hier beweerd. In de negentiende eeuw, toen Spanje langzaam afgleed van supermacht tot een zwak zuid-Europees land, wisten de Spanjaarden niet meer waar hun land voor stond. Intellectuelen zagen in de ploeterende Don Quichot de waarden van hun natie terugkomen. En zo is de Don Quichot, dat door een groep internationale schrijvers in 2002 nog uitgeroepen werd tot ‘s-werelds belangrijkste roman, één van de symbolen van Spanje geworden. En nu dus 400 jaar.

Dat moet natuurlijk gevierd worden.

“¡Cervantisimo!” verder lezen

Ganadero te Matadero

 

En zo stonden wij, in de zon op een cultureel Madrileens plein een broodje hamburger van onze nieuwe vriend de boer te eten.

Hoe dat kwam? Zoals de Telegraaf elke dag een dier op de voorpagina probeert te hebben, zo lazen wij onlangs ook dierennieuws in El Pais, de grote Spaanse kwaliteitskrant. Kwalijk dierennieuws, welteverstaan. Het draait allemaal om de gier. Het gaat goed met de gier. En het gaat daarom meteen wat minder goed met wat andere dieren. Waaronder de koe. Want de gier lust af en toe wel een kalfje, zeker als de gier honger heeft. En de gier heeft vaak honger, want er zijn veel gieren en de veehouders mogen hun dode dieren niet meer in het veld laten liggen als aas.

De gier was altijd de bondgenoot van de boer. Van een klif gelazerd geitje tot een smakelijke koeienplacenta, de gier lustte er wel pap van. En de boer zat meteen niet met allerlei geboorteafval in zijn veld. Want wie wil er nu op zijn vrije zaterdag allerlei placentas in een kruiwagen scheppen? Maar nu is de relatie dus bekoeld. Geen aas meer, en dus gaat de gier zo nu en dan op zoek gaat naar vers bloed: de kalfjes van de boer. Voor wie er meer over wil weten: hier is het artikel te lezen dat Maartje erover schreef in de Volkskrant, met een foto van mij erbij.

Zo maakten we kennis met een sympathieke Spaanse boer. Jorge is een jaar of 50, bourgondische uitstraling en qua uiterlijk een veeboer die zichtbaar gelooft in zijn eigen product. Hij wil ons de plaats delict laten zien. “Ganadero te Matadero” verder lezen

Een van hen. Op zoek naar El País.

Het is verbazingwekkend hoe snel een mens, waar ook ter wereld, in routine vervalt. Het is een gewoonte om je ergens thuis te kunnen voelen, denk ik.

Onze dagelijkse routine gaat zo. Mogelijk eerst even geld halen of pinnen bij onze bank (met onze eigen bankmedewerker), dan een krantje kopen bij de kiosk, en vervolgens eindigt het ommetje met het kopen van een brood.

Zo ook vandaag. Vandaag is El País, de grote Spaanse kwaliteitskrant, jarig. Ik wist het aanvankelijk niet. 40 jaar bestaan ze. Opgericht dus in 1976, één jaar na de dood van Franco, en dat is natuurlijk geen toeval. In de jaren van de prille democratie zou El Pais al snel uitgroeien tot een van de grote Europese kranten, hoewel de krant ook in Zuid-Amerika veel gelezen wordt vanwege het grote aanbod aan nieuws over dat continent.

Vanwege het jubileum is er zodoende een speciale editie. Of beter gezegd, die schijnt er te zijn, want op het moment dat ik naar de kiosk loop, zijn alle exemplaren van El País uitverkocht. Een ander schreeuwerig meisje naast me die om de krant roept vangt ook al bot. ‘Helaas, El País is uitverkocht’, zegt Alicia, de tengere maar toch stoere kioskhoudster.

Alicia in haar kiosk
Alicia in haar kiosk

Met haar ca. 55 jaar staat ze dag in, dag uit -meestal goedlachs- achter haar donkere toonbank . ‘Jammer’, zeg ik, ‘hoe komt het?’ Alicia legt uit dat iedereen nu de speciale editie wil hebben, en er een run is ontstaan op de krant. Het meisje naast me knikt en druipt af. Ik rommel nog wat, en zoek naar een andere krant. La Razon dan maar, hoewel dat toch wel echt een conservatievere krant is? Of gewoon maar op zoek naar een andere kiosk?

‘Als je nu eens gewoon even wacht’, merkt Alicia terloops op, terwijl ze staart naar het weglopende meisje. Ik snap er niks van en rommel even door. ‘Dat is dan één euro vijftig’, zegt Alicia. Ik kijk op. Niemand verder te zien. Ze heeft het tegen mij. Ik leg het op de toonbank, en hop, van onder de toonbank verschijnt opeens de jubileumeditie van El País. De oude voorpagina van uit 1976, de krant zelf en een dik boek vol met interviews. ‘Ha’, sneert Alicia, ‘al die mensen die nooit een krant kopen. En heb je een jubilieumeditie, dan staan ze opeens vooraan om zo’n exemplaar snel op de kop te tikken! Met als gevolg dat al mijn vaste klanten zeker geen krant meer kunnen kopen? Mij niet gezien!’ Ik grijns, tevreden met mijn vangst, maar misschien nog wel meer met het idee dat ik één van hen ben. Eén van ‘de vaste klanten’.

IMG_0054
Jubileumeditie van El País. Links de voorpagina van de eerste krant, midden de huidige versie, en rechts het boek met interviews.