Terug naar school

Met een broodtrommel in de rugzak op de fiets naar school. Nadat ik als 18-jarige mijn VWO-diploma gehaald had, en het echte leven zou gaan beginnen, dacht ik dat de kleffe broodjes jam in een muf bakje voorgoed achter me zouden liggen. Nooit verwacht dat ik jaren later hier door het Madrileense Parque del Retiro elke dag op dezelfde manier naar mijn talenklasje zou rijden. En al even snel weer een hekel zou krijgen aan de eentonige smakeloosheid van aardbeienjam.

Mijn talenschool ligt in Salamanca, de wat duurdere wijk ten noorden van het Retiro-park. Door de smalle straten, met de allure van Parijs, lopen zakenmannen strak in pak en vrouwen met dikke jassen waar vaak nog een reepje bont op te bespeuren valt. Andere keren is het pluizige gedeelte één of ander minuscuul keffertje dat wordt opgetild om te voorkomen dat het iele beest onder de voet wordt gelopen door andere weggebruikers of tussen de spaken van mijn niets ontziende racefiets komt.

Ik zit bij AIL, één van de grote talenscholen van Madrid, waar alles opmerkelijk goed geregeld is. Er zijn sociale activiteiten na de lessen, je kunt er op elk niveau instappen en – voor mij belangrijk – je kunt elk moment een week pauze houden om een week later weer in te stappen. Een ander voordeel is dat de klassen klein zijn.

Hoewel klassen hier een duiventil zijn waar elke week studenten afzwaaien en nieuwe arriveren, is mijn klasje een aantal weken bij elkaar. Een bont gezelschap van allerlei nationaliteiten, en vooral ook allerlei persoonlijkheden.

Om te beginnen hebben we Mira. Mira komt uit Oekraïne en krijgt het voor elkaar om meer niet te komen dan wel. En als ze er wel is, is ze meestal te laat, gaat om onduidelijke redenen ook weer eerder weg en speelt het liefste met haar telefoon terwijl ze het merendeel van de vragen van de docent afdoet als ‘niet ter zake doende’. Ik vind het prima als ze er vooral niet is.

Dan onze twee Britten, Nadine en Daniel, beiden helaas niet gezegend met veel taalgevoel. Of beter gezegd, met weinig ervaring in het leren van een taal. Dit is met name een probleem als het om zinsbouw gaat, omdat ze de constructie van een zin in een (vreemde) taal nooit echt gehad hebben. Spaans kan lastig zijn als je niet weet wat een lijdend voorwerp is. En zoals het gaat bij talenklasjes, is het meestal de langzaamste schakel die bepalend is voor het tempo.

Miles uit de V.S. en Vani(ty) uit de Filipijnen (onterecht door ons een week lang aangesproken als Bani omdat we niet doorhadden dat dit kwam omdat Spanjaarden zoals onze taaldocent de ‘v’ als een ‘b’ uitspreken) hebben een lichte voorsprong omdat ze beiden een moeder hebben die ook Spaans spreekt. Ze zijn dus al wat verder met hun Spaans, zeker qua uitspraak. Maar het topstuk van ons klasje is Glenn.

Glenn is een 56-jarige Australiër met een kleurrijk verleden. Dit ontdekken we als we over onszelf moeten praten. Onze docent Dani(el) vindt het belangrijk dat we goed kunnen spreken en vandaar dat hier veel tijd in de les voor wordt vrijgemaakt. Om het ons wat makkelijker te maken vraagt hij naar eenvoudige dingen als het werk dat je hebt gedaan, de landen waar je hebt gereisd, kortom, onderwerpen waar iedereen rustig over kan praten.

Behalve Glenn. Glenn heeft gewerkt, en lijkt nog steeds te werken, voor ‘werkgevers in sferen van inlichtingen en veiligheid’, en zodoende is zijn hele verleden buitengewoon ‘confidential’. Maar af en toe strooit hij toch met wat kleine brokjes informatie, waar met name docent Dani en ik ons als hongerige wolven op storten. Samen spelen we het spelletje ‘hoe kunnen we Glenn toch zover krijgen dat hij over zijn legertijd zit te vertellen?’.

Zo ontdekken we dat Glenn naast de gebruikelijke landen Afghanistan, Irak, Syrië, Iran en Turkmenistan ook een tijdje op Antarctica heeft gezeten.

Vorig jaar is hij ook nog door Mali getrokken, en nee, niet in een gewone auto. Tja, wat dan wel? Ik zal maar zeggen, een wat veiligere auto. Een auto die tegen bommen kan? Ja, inderdaad en nog wat andere wapens. Interessant Glenn, wil je daar nog wat meer over vertellen? Nee.’

Goed voor je vocabulaire dit, vooral op het gebied van bommen, wapentuig en contraterrorisme. Zeer praktisch, mocht ik eens spion in Spanje willen worden. In de pauze concludeer ik met de Britten: Glenn – overduidelijk CIA.

Na een paar weken valt ons klasje uiteen. We gaan met z’n allen een keer naar de bar en nemen afscheid van elkaar na het laatste examen op vrijdagmiddag. Glenn duwt me nog snel zijn kaartje in mijn hand. ‘International Justice consultant’. Altijd handig als ik nog wat ‘solutions’ nodig heb op ‘intelligence’-gebied.

6 gedachten over “Terug naar school”

  1. Ha, leuk! Een website voor de nieuwsgierige achterblijvers!
    Mooi verhaal, ik moest grinniken om Glenn en jullie pogingen informatie te verkrijgen. En ach, zo’n klasje klinkt ook wel weer gezellig en kneuterig, en dat is het hier in Amsterdam eigenlijk ook wel! Maar hier is brood niet klef en zonder jam…
    Wij werden vandaag nog aangemoedigd om in India ook een blog te beginnen, dus wie weet volg ik binnenkort je voorbeeld. 🙂

  2. Yes een blog!
    Ik ben zo iemand die al jaren een lunchtrommeltje meeneemt naar het werk… zonder jam, overigens. Maar met pindakaas-met-honing, chocopasta, kaas, mayo en tomaat, kaas en sambal, pindakaas en sambal, roomkaas en komkommer, humus en tomaat… opties te over! (of is dat daar allemaal niet te krijgen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *