Een bijna verloren wereld. Op bezoek bij de allerheiligste drie-eenheid

Ik schrijf dit op de brits in een sober kloosterkamertje met een paar Jezus-schilderijen boven mijn hoofd. Want voorwaar, we slapen vannacht in het heilige Convento de las Trinitarias in El Toboso, een klein dorp met een krappe 2000 inwoners op de grens van Toledo en La Mancha.

Aanvankelijk leek het dicht. Grote stenen muren, her en der zware eikenhouten poorten met diep ingeslagen gitzwarte nagels, zo dicht dat je er met een middelgrote stormram nog niet doorheen zou komen. Dus we waren hier voor niets naartoe gekomen, ondanks dat Maartje nog een paar keer gemaild (!) had met één van de zusters.

Uiteindelijk ging na een telefoontje de zware poort toch open en stond daar zowaar een non op ons te wachten. Heel vrolijk en nieuwsgierig, en dat was niet voor niets, want binnen deze orde van de trinitariërs mag men (tenzij voor doktersbezoek) het klooster niet uit. Dus de komst van buitenstaanders wordt hier hartelijk begroet als een nieuwe stroom van informatie. Desondanks wist Moeder Overste, met wie we (weliswaar achter tralies) een lang gesprek hadden, niet te breken met de zeer Spaanse gewoonte om meer te praten dan te luisteren of te vragen.

Moeder Overste

Hoe kom je in gesprek met Moeder Overste? Nadat we in ons slaapkamertje onze koffer hadden neergezet, werden we gevraagd of we mee wilden eten. Uiteraard! Niet alleen vanwege het luttele bedrag van vijf euro, maar meer omdat we dit wel eens wilden meemaken: wat eten de nonnen? Wordt er vrolijk gepraat tijdens het maal of neemt men juist absolute stilte in acht? In mijn voorstelling was er een grote houten tafel, waar alle nonnen hun vaste plek zouden hebben. Er zouden twee minuskule open ruimtes zijn en daar zouden wij dan heel nederig plaatsnemen en een beetje meemurmelen in de hoop dat de nonnen niet door zouden hebben dat wij de tafelgebeden niet allemaal geheel uit ons hoofd kennen.

Dus toen ik de aangewezen deur opende naar de ‘eetzaal’ was ik ook erg verrast om te zien dat het een kamertje van twee keer vier vierkante meter was, met twee stoelen en een gedekt tafeltje, met borden en, godzijdank, een fles witte wijn erop. Aan de andere kant van onze tafel was een traliehek, daarachter nog een ruimte van een paar vierkante meter, met daarin een paar houten stoelen.

Tja, daar gingen we dan maar zitten, op de afgesproken tijd: negen uur. Na een tijdje kwam een non binnen, in haar handen een pan zurige soep met onderin een plakkaat vermicelli. Het geheel werd door een klein gat in de tralies gewurmd. We hoopten dat we met deze non konden praten, maar ze verdween direct weer. Toen de deur weer openging, verscheen daar plots Moeder Overste, een oude vrouw van ongeveer 75 jaar. Als wij met iemand wilden spreken, dan was zij beschikbaar, was de boodschap.

Het was een bijzonder gesprek, voor zover ik haar in mijn beperkte Spaans kon volgen: over gelukkig zijn in het klooster (“dat is een opdracht binnen onze orde, die we vinden in de rust, het gebed en onze werken”). Over de leegloop en het gebrek aan jonge aanwas (“de maatschappij is teveel gericht op geld, op vermaak als het dansen in discotheken, en er wordt weinig meer aan waarden gedacht”. Over de toekomst van het klooster (“misschien moeten we experimenteren met nieuwe orden”). Ik bracht daar tegenin dat in Nederland de zeer beperkte nieuwe aanwas zich toch vooral juist aangetrokken voelt door de traditionele voordelen van het klooster als rust en overpeinzing, die juist nu een groot contrast vormen met de huidige snelle samenleving.

Het was mooi maar vreemd, zo’n oude vrouw achter tralies, die veel respect inboezemde maar op dat moment helemaal niet streng oogde. Eerder vriendelijk en rustgevend. Altijd wel de vraag hoe zeer de orde extern zich anders voordoet dan intern; erg democratisch is de katholieke hierarchie nooit geweest.

En jawel, de volgende dag zitten we in dezelfde ruimte met een andere non te praten, en daar is Moeder Overste weer. Over haar witte gewaad heeft ze een vrij surrealistisch zalmroze schortje. Prima dat zuster Emeline met ons spreekt, maar ze moet niet haar taken vergeten, merkt ze fijntjes op.

De twee werelden

Binnen het klooster loopt er een fysieke scheiding. Een muur binnen het ommuurde gebouw, zogezegd, die een soort verschijningsvorm heeft in alle ruimtes waar je als bezoeker kan komen. Meestal zijn het tralies of hekwerk. De kleine eetkamer heeft zodoende een kloostergedeelte achter de tralies. Er is een klein museum, maar ook daar weer een grote gesloten poort waarachter de vele kloostergangen zich bevinden, en waar buitenstaanders dus niet in kunnen. Ook de kerk heeft dezelfde structuur: de normale banken voor het gelovige volk, de nonnen zitten ergens in een ruimte links van het altaar verstopt. Je kunt ze niet zien, alleen het gezang hoor je zachtjes. Alleen Moeder Overste loopt af en toe naar de kansel om een stuk uit de Bijbel te lezen.

Overigens had ik nog even de illusie dat de vrouwen hier zelf de mis zouden leiden, maar dit kan natuurlijk binnen dit Spaanse katholieke klooster absoluut niet. Zodoende staat een ingevlogen pastoor de mis te leiden met een kwezelig gevoel voor show. Wanneer hij tijdens de eucharistie zelf het brood boven zijn hoofd breekt, lijkt tegelijkertijd zijn geëmotioneerde stem ook te breken.

Het is bijzonder dat het nog bestaat, en het is meteen ook zonde dat het na al die honderden jaren dat het klooster de hoeder van kennis en kunde was, in een halve eeuw gaat verdwijnen. Zoals zoveel andere zaken als vrijwilligerswerk, oude ambachten of feesten in je dorp: je doet er zelf niet aan mee, maar je voelt toch een verlies als het verdwijnt. En het klooster is meer dan dat.

Het is beschaving, het is één van de weinige plekken waar je nog letterlijk in een tijd getrokken wordt die op het randje staat om voorgoed voorbij te zijn.

Een tijd die een compleet andere levenshouding van mensen vergde; andere waarden, andere prikkels, een andere levenssnelheid – ja een compleet ander menstype past hier. Het verdwijnen van het klooster zou alleen daarom al een verlies zijn. Een verlies aan rijkdom, aan verscheidenheid.

Meer informatie:

  • Convento de las Trinitarias, Calle del Padre Juan Gil, 2, 45820 El Toboso, voor reserveringen: +34 925 19 71 73
  • Een overnachting in een kamer voor 2 personen kostte in april 2016 €20 p.p. + €5 p.p. voor het diner (dat buiten de soep overigens prima was).
  • Een Spaans filmpje uit 2015 dat een aardig beeld geeft van de binnenkant van het klooster, met direct al Moeder Overste aan het woord.

Eén gedachte over “Een bijna verloren wereld. Op bezoek bij de allerheiligste drie-eenheid”

  1. Bijzonder kloosterverhaal Twan!! Mijn oud-collega/kennis Hermien zal dit vast interessant vinden om te lezen; zij gaat zo ook in Nederland weleens een weekje logeren bijv. in de Achelse kluis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.