Bij de dokter

In een klein straatje vlakbij het Prado staan wat nette herenhuizen. Op het oog heel gewoon. Bij eentje hangt bij de deurbel niet een naam van de bewoner, maar het woordje ‘consultas’. Verder niets. Het groene lichtgevende kruis is de apotheker ernaast. De eerste keer belde ik met lichte aarzeling aan: is dit werkelijk de huisarts? En begint het spreekuur hier echt pas om zes uur ’s avonds?

“Bij de dokter” verder lezen

Stad van immigranten

Natuurlijk is elke stad een plek van immigranten. Al in de negentiende eeuw kwamen de landloze plattelandsarbeiders richting de steden, en sindsdien is de stadsgroei nooit meer opgehouden. De stad is in wezen niets anders dan een continue influx van komers, van immigranten dus. Daar vallen wij natuurlijk ook onder – in dubbele zin zelfs: want niet alleen zijn wij nieuwkomers in Madrid, we komen ook uit een ander land.

Maar gelukkig zijn we de enigen niet. Sterker nog, naast dat de stad vol zit met Spanjaarden uit alle regio’s die het land rijk is, is met name één groep – of misschien moet je juist zeggen, zijn meerdere groepen – opvallend: de Latino’s.

“Stad van immigranten” verder lezen

Het leukste obscure museum van Madrid

Het Reina Sofía, het Prado, Thyssen Bornemisza: grote namen in de museumwereld, en dito aantallen bezoekers. Wie net als ik echter houdt van kleine musea waar je voor de suppoost als bezoeker zelf nog een bezienswaardigheid bent, zoekt het in de buitenwijken van de stad. In Fuencarral is net een nieuw pareltje geopend. Rauw, modern, geëngangeerd, en zelfs af en toe spookachtig: het Museo Zapadores.

“Het leukste obscure museum van Madrid” verder lezen

Kapitalistisch met kurk

‘Ooit waren dit allemaal fabrieken. Het dorp telde 24.000 inwoners en iedereen werkte in de kurkindustrie. We exporteerden naar vele landen. Omdat we aan zee liggen, ging dat handig. Maar Portugal heeft alles overgenomen. Ze zijn goedkoper. Dus nu proberen we op andere manieren geld te verdienen. Het toerisme dus.’

De fabrieken van toen zijn kunsttentoonstellingen van nu. We zijn in gesprek met de ‘suppoost’, oftewel een lange slungel die enige tijd onvindbaar is als we kaartjes willen kopen. Als hij terug is, moeten we allereerst een paar koekjes met hem eten. Deze ontspannen, ja zelfs slaperige sfeer kenmerkt het Catalaanse dorpje Palafrugell. Eens het hart van de kurkindustrie, eens florerend, maar nu is er weinig meer van over. Een klassiek kapitalistisch verhaal.

“Kapitalistisch met kurk” verder lezen

Als vrij burger in een snikheet theater

Het is kwart voor elf in de avond en nog steeds is het 36 graden. Een omroepster meldt dat we nog een paar minuten geduld moeten hebben. De toneelvoorstelling begint zo. Om me heen zit een leger aan Spanjaarden driftig te wapperen. Met waaiers, met programmaboekjes, met hoedjes. Zou het hier 2000 jaar geleden ook zo vreselijk heet zijn geweest? Zou ik mijn toga ook iets losser om me heen hebben gedrapeerd, in de hoop dat er een briesje doorheen waait?

“Als vrij burger in een snikheet theater” verder lezen

Het zwaaien van de botafumeiro

Als reisleider kun je van alles doen om het mensen naar hun zin te maken. Verhalen over de geschiedenis vertellen, problemen oplossen, de actualiteit volgen, het juiste weerbericht voor de volgende dag paraat hebben, je verontschuldigen aanbieden als dit achteraf (weer) niet blijkt te kloppen. Kortom, met een beetje voorbereiding en hoffelijkheid kun je een aardig eind komen. Eén ding heb je alleen nooit in je macht: of je die reis nog een unieke gebeurtenis of feest gaat tegenkomen. En daarom is het juist zo bijzonder als het wel gebeurt. Zoals in Santiago.

“Het zwaaien van de botafumeiro” verder lezen